Genesis 22:7 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zei Izaäk tegen zijn vader Abraham: "Vader?" En hij zei: "Ja, mijn zoon?" Izaäk zei: "Hier zijn het vuur en het hout. Maar waar is het lam voor het offer?"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen sprak Izak tot zijn vader Abraham en zei: Mijn vader! Hij zei: Zie, hier ben ik, mijn zoon. Hij zei: Zie, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen sprak Isaak tot zijn vader Abraham en zeide: Mijn vader, en deze zeide: Hier ben ik, mijn zoon. En hij zeide: Hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam ten brandoffer?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar Isaäk zei tot zijn vader Abraham: Vader! Hij antwoordde: Wat is er, mijn jongen? Hij zeide: Zie, we hebben wel vuur en offerhout, maar waar is het schaap voor het offer?
Dutch 2007 (HTB)
"Vader", vroeg Isaäk, "we hebben hout en het vuur, maar waar is het lam, dat wij moeten offeren?"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Izaäk zei tegen zijn vader Abraham: "Vader?" Hij antwoordde: "Ja, zeg het maar, mijn zoon." Izaäk zei: "Kijk, we hebben vuur en hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen sprak Izak tot zijn vader Abraham en zei: “Mijn vader!” En hij zei: “Zie, hier ben ik, mijn zoon!” En hij zei: “Kijk, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Vader,’ zei Isaak. ‘Wat is er, mijn jongen?’ vroeg Abraham. ‘We hebben hout en het vuur,’ zei Isaak, ‘maar waar is het lam dat wij moeten offeren?’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen sprak Izak tot Abraham, zijn vader, en zeide: Mijn vader! En hij zeide: Zie, hier ben ik, mijn zoon! En hij zeide: Zie het vuur en het hout; maar waar is het lam tot het brandoffer?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen sprak Izak tot Abraham, zijn vader, en zeide: Mijn vader! En hij zeide: Zie, hier ben ik, mijn zoon! En hij zeide: Zie het vuur en het hout; maar waar is het lam tot het brandoffer?