Genesis 23:8 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
"Als jullie het inderdaad goed vinden dat ik mijn vrouw hier begraaf, luister dan naar mij.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
en sprak tot hen: Als het met uw goedkeuring is dat ik mijn dode uitdraag en begraaf, luister dan naar mij en pleit voor mij bij Efron, de zoon van Zohar,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Indien het naar uw wil is, dat ik mijn dode uitdrage en begrave, luistert dan naar mij en dringt voor mij bij Efron, de zoon van Sochar, erop aan,
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
en zeide tot hen: Zo gij er in toestemt, dat ik mijn dode, die van mij is heengegaan, begraaf, weest mij dan terwille, en doet een goed woord voor mij bij Efron, den zoon van Sóchar.
Dutch 2007 (HTB)
"Als u er zo over denkt, wilt u dan aan Efron, de zoon van Zohar, vragen of hij mij de grot van Machpéla wil verkopen? Die ligt aan het einde van zijn grondgebied. Ik zal de prijs betalen, die u bepaalt. De grot zal dan voortaan mijn familiegraf zijn."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
"Als u mij toestemming geeft mijn dode uit te dragen en te begraven, wilt u dan voor mij aan Efron, de zoon van Zohar,
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
en hij sprak met hen en zei: “Als jullie er dan mee instemmen, dat ik mijn dode van voor mij uitdraag en begraaf, luister dan toch naar mij en pleit voor mij bij Efron, de zoon van Zohar,
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Als u er zo over denkt, wilt u dan aan Efron, de zoon van Sochar, vragen of hij mij de grot van Machpela wil verkopen? Die ligt aan het einde van zijn grondgebied. Ik zal de prijs betalen die u bepaalt. De grot zal dan voortaan mijn familiegraf zijn.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En hij sprak met hen, zeggende: Is het met uw wil, dat ik mijn dode begrave van voor mijn aangezicht; zo hoort mij, en spreekt voor mij bij Efron, den zoon van Zohar,
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En hij sprak met hen, zeggende: Is het met uw wil, dat ik mijn dode begrave van voor mijn aangezicht; zo hoort mij, en spreekt voor mij bij Efron, den zoon van Zohar,