Genesis 24:3 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Hij zei tegen hem: "Zweer mij bij de Heer, de God van de hemel en de aarde, dat je voor mijn zoon geen meisje zal uitzoeken uit dit land Kanaän waar ik woon.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Ik wil u laten zweren bij de HEERE, de God van de hemel en de God van de aarde, dat u voor mijn zoon geen vrouw zult nemen uit de dochters van de Kanaänieten te midden van wie ik woon,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
opdat ik u doe zweren bij de HERE, de God des hemels en der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw zult nemen uit de dochters der Kanaänieten, in wier midden ik woon.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
want ik wil u doen zweren bij Jahweh, den God des hemels en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw zult kiezen uit de dochters der Kanaänieten, in wier midden ik woon;
Dutch 2007 (HTB)
"Zweer bij de HERE, de God van hemel en aarde, dat je mijn zoon niet zult laten trouwen met een meisje uit deze streek, een Kanaänitische.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
"Leg je hand onder mijn heup en zweer mij bij de Heer***, de God van de hemel en de God van de aarde, dat je voor mijn zoon geen vrouw zult zoeken onder de meisjes van het land Kanaän, waar ik woon,
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
dan laat ik je zweren bij de HEERE, de GOD van de hemel en de GOD van de aarde, dat je voor mijn zoon geen vrouw zult nemen uit de dochters van de Kanaänieten waaronder ik woon,
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Zweer bij de Here, de God van hemel en aarde, dat je mijn zoon niet zult laten trouwen met een meisje uit deze streek, een Kanaänitische.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Opdat ik u doe zweren bij den HEERE, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaänieten, in het midden van welke ik woon;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Opdat ik u doe zweren bij den HEERE, den God des hemels, en den God der aarde, dat gij voor mijn zoon geen vrouw nemen zult van de dochteren der Kanaanieten, in het midden van welke ik woon;