Genesis 24:47 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ik vroeg haar: 'Vertel mij eens, wie is je vader?' En ze antwoordde: 'Betuël. Hij is de zoon van Milka, de vrouw van Nahor.' Toen gaf ik haar de oorringen en armbanden.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen vroeg ik haar en zei: Van wie bent u een dochter? Zij antwoordde: Ik ben de dochter van Bethuel, de zoon van Nahor, die Milka hem gebaard heeft. Toen deed ik een ring in haar neus en de armbanden aan haar armen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Daarop vroeg ik haar en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Betuël, de zoon van Nachor, die Milka hem gebaard heeft. Toen deed ik de ring aan haar neus, en de armbanden aan haar handen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Ik vroeg haar: Wiens dochter zijt gij? Zij antwoordde: De dochter van Betoeël, den zoon van Nachor, dien Milka hem geschonken heeft. Toen stak ik een ring in haar neus, en deed armbanden om haar polsen.
Dutch 2007 (HTB)
Toen vroeg ik haar: 'Van wie bent u een dochter?' en zij vertelde mij: 'Mijn vader is Bethuël, de zoon van Nahor en zijn vrouw Milka'. Daarom gaf ik haar de ring en de armbanden.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen vroeg ik haar: 'Van wie ben je een dochter?' en ze antwoordde dat ze een dochter was van Betuel, de zoon van Nahor en zijn vrouw Milka. Toen deed ik haar de neusring en armbanden aan.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen vroeg ik haar en zei: ‘Van wie ben jij de dochter?’ Zij zei: ‘ Ik ben de dochter van Betuël, de zoon van Nahor, die Milka hem gebaard heeft.’ Toen deed ik de ring aan haar neus en de armbanden aan haar armen.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Toen vroeg ik haar: “Van wie bent u een dochter?” en zij vertelde mij: “Mijn vader is Betuël, de zoon van Nachor en zijn vrouw Milka”. Daarom gaf ik haar de ring en de armbanden.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuël, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo legde ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen vraagde ik haar, en zeide: Wiens dochter zijt gij? En zij zeide: De dochter van Bethuel, den zoon van Nahor, welken Milka hem gebaard heeft. Zo legde ik het voorhoofdsiersel op haar aangezicht, en de armringen aan haar handen;