Genesis 27:1 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen Izaäk oud was geworden, werden zijn ogen zó slecht, dat hij niet meer kon zien. Hij riep zijn oudste zoon Ezau: "Mijn zoon!" Ezau zei: "Ja, vader?"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Het gebeurde, toen Izak oud geworden was en zijn ogen dof geworden waren zodat hij niet meer kon zien, dat hij zijn oudste zoon Ezau riep, en tegen hem zei: Mijn zoon! Hij zei: Zie, hier ben ik!
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen Isaak oud geworden was, werden zijn ogen zo verzwakt, dat hij niet zien kon. Hij riep zijn oudste zoon Esau en zeide tot hem: Mijn zoon. En deze zeide tot hem: Hier ben ik.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Intussen was Isaäk oud geworden en werden zijn ogen zo zwak, dat hij niet meer kon zien. Daarom riep hij zijn oudsten zoon Esau, en zei hem: Mijn zoon! Deze antwoordde: Hier ben ik!
Dutch 2007 (HTB)
Isaäk werd op zijn oude dag half blind. Op een dag riep hij zijn oudste zoon Esau bij zich. "Mijn zoon", zei Isaäk,
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen Izaäk op hoge leeftijd gekomen was en zijn ogen dof geworden waren zodat hij niet meer kon zien, riep hij op een dag zijn oudste zoon Ezau bij zich en zei tegen hem: "Mijn zoon!" Ezau antwoordde: "Ja, vader."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen Izak oud geworden was en zijn ogen uitgeblust waren van al het zien, riep hij zijn oudste zoon Ezau en zei tegen hem: “Mijn zoon!” En hij zei tegen hem: “Zie, hier ben ik!”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Isaak werd op zijn oude dag half blind. Op een dag riep hij zijn oudste zoon Esau bij zich. ‘Mijn zoon,’ zei Isaak,
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En het geschiedde, als Izak oud geworden was, en zijn ogen donker geworden waren, en hij niet zien kon; toen riep hij Ezau, zijn grootsten zoon, en zeide tot hem: Mijn zoon! En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En het geschiedde, als Izak oud geworden was, en zijn ogen donker geworden waren, en hij niet zien kon; toen riep hij Ezau, zijn grootsten zoon, en zeide tot hem: Mijn zoon! En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik!