Genesis 27:31 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ook Ezau maakte een lekkere maaltijd klaar en bracht die naar zijn vader. Hij zei tegen hem: "Vader, kom zitten en eet van het wild dat ik heb klaargemaakt. Dan kunt u mij zegenen."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Ook hij maakte een smakelijk gerecht klaar en bracht dat bij zijn vader. Hij zei tegen zijn vader: Mijn vader, richt u op en eet van het wildbraad van uw zoon, zodat uw ziel mij kan zegenen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Ook hij bereidde een smakelijk gerecht en bracht dat aan zijn vader. En hij zeide tot zijn vader: Mijn vader richte zich op en ete van het wildbraad van zijn zoon, opdat gij mij zegent.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Ook hij maakte een smakelijke schotel gereed, bracht die naar zijn vader, en sprak tot zijn vader: Kom overeind zitten, vader, en eet van het wild van uw zoon; dan kunt ge me zegenen.
Dutch 2007 (HTB)
Hij maakte zijn vaders lievelingsgerecht klaar en ging ermee naar de tent.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ook hij maakte een smakelijk gerecht klaar, bracht het naar zijn vader en zei tegen hem: "Vader, komt u zitten en eet van het wild dat ik voor u heb gebraden. Dan kunt u mij daarna zegenen."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hij maakte ook een smakelijk gerecht klaar en bracht dat naar zijn vader en zei tegen zijn vader: “Mijn vader, sta toch op om van het wildbraad van uw zoon te eten, opdat u mij zult zegenen.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Hij maakte zijn vaders lievelingsgerecht klaar en ging ermee naar de tent.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Hij nu ook maakte smakelijke spijzen toe, en bracht die tot zijn vader; en hij zeide tot zijn vader: Mijn vader sta op en ete van het wildbraad zijns zoons, opdat uw ziel mij zegene.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Hij nu maakte smakelijke spijzen toe, en bracht die tot zijn vader; en hij zeide tot zijn vader: Mijn vader sta op en ete van het wildbraad zijns zoons, opdat uw ziel mij zegene.