Genesis 27:41 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ezau haatte Jakob, omdat Izaäk Ezau's zegen aan Jakob gegeven had. Hij zei bij zichzelf: "Binnenkort zal onze vader sterven. Daarna zal ik mijn broer Jakob doden."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Ezau haatte Jakob om de zegen waarmee zijn vader hem gezegend had, en Ezau zei in zijn hart: De dagen van rouw over mijn vader naderen; dan zal ik mijn broer Jakob doden.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En Esau koesterde wrok tegen Jakob om de zegen, waarmede zijn vader hem gezegend had, en Esau zeide bij zichzelf: De dagen van de rouw over mijn vader zijn aanstaande; dan zal ik mijn broeder Jakob doden.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Esau haatte Jakob om de zegen, die zijn vader over hem had uitgesproken. En Esau dacht bij zichzelf: De tijd komt spoedig, dat men rouwt over mijn vader; dan zal ik mijn broer Jakob vermoorden.
Dutch 2007 (HTB)
Esau haatte Jakob om wat hij had gedaan en dacht bij zichzelf: "Vader zal wel snel sterven en dan kan ik Jakob doden."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ezau haatte Jakob vanwege de zegen die zijn vader aan Jakob gegeven had. En Ezau dacht: "Binnenkort zal de tijd van rouw over mijn vader aanbreken. Dan vermoord ik Jakob."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Ezau haatte Jakob vanwege de zegen, waarmee zijn vader hem gezegend had en Ezau zei in zijn hart: “De dagen van rouw over mijn vader komen eraan. Dan zal ik mijn broer Jakob doden.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Esau haatte Jakob om wat hij had gedaan en dacht bij zichzelf: ‘Vader zal wel snel sterven en dan kan ik Jakob doden.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Ezau haatte Jakob om dien zegen, waarmede zijn vader hem gezegend had; en Ezau zeide in zijn hart: De dagen van den rouw mijns vaders naderen, en ik zal mijn broeder Jakob doden.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Ezau haatte Jakob om dien zegen, waarmede zijn vader hem gezegend had; en Ezau zeide in zijn hart: De dagen van den rouw mijns vaders naderen, en ik zal mijn broeder Jakob doden.