Genesis 27:42 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De mensen vertelden aan Rebekka wat haar oudste zoon had gezegd. Ze riep haar jongste zoon Jakob bij zich en zei tegen hem: "Je broer Ezau wil wraak op je nemen. Hij wil je doden.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen aan Rebekka deze woorden van haar oudste zoon Ezau verteld werden, stuurde zij een bode en liet Jakob, haar jongste zoon, roepen en zei tegen hem: Zie, je broer Ezau troost zich over jou met de gedachte dat hij je zal doden.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen aan Rebekka de woorden van Esau, haar oudste zoon, waren medegedeeld, liet zij Jakob, haar jongste zoon, roepen, en zeide tot hem: Zie, uw broeder Esau wil zich op u wreken door u te doden.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen men aan Rebekka dit plan van haar oudsten zoon Esau overbracht, liet zij haar jongsten zoon Jakob roepen, en zei tot hem: Hoor eens, uw broer Esau wil wraak op u nemen en u vermoorden.
Dutch 2007 (HTB)
Maar iemand kreeg lucht van zijn plan en vertelde het Rebekka.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen men aan Rebekka vertelde wat haar oudste zoon Ezau van plan was, liet ze haar jongste zoon Jakob bij zich komen en zei: "Luister, je broer Ezau koestert plannen om je te vermoorden.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen men Rebekka deze woorden van haar oudste zoon Ezau meedeelde, stuurde zij iemand om haar jongste zoon Jakob te halen en zij zei tegen hem: “Zie, je broer Ezau zoekt genoegdoening tegenover jou door jou te doden.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Maar iemand kreeg lucht van zijn plan en vertelde het Rebekka.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen aan Rebekka deze woorden van Ezau, haar grootsten zoon, geboodschapt werden, zo zond zij heen, en ontbood Jakob, haar kleinsten zoon, en zeide tot hem: Zie, uw broeder Ezau troost zich over u, dat hij u doden zal.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen aan Rebekka deze woorden van Ezau, haar grootsten zoon, geboodschapt werden, zo zond zij heen, en ontbood Jakob, haar kleinsten zoon, en zeide tot hem: Zie, uw broeder Ezau troost zich over u, dat hij u doden zal.