Genesis 28:20 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jakob beloofde: "Als God inderdaad voor mij zal zorgen, mij op reis zal beschermen, voor genoeg eten zal zorgen en voor kleren om aan te trekken,
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Jakob legde een gelofte af en zei: Als God met mij zal zijn en mij zal beschermen op deze weg, waar ik op ga, en mij brood zal geven om te eten en kleren om aan te trekken,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En Jakob deed een gelofte: Indien God met mij zal zijn, en mij behoeden zal op deze weg, die ik ga, mij zal geven brood om te eten en klederen om aan te trekken,
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Daarna deed Jakob de volgende gelofte: Als God met mij is, mij behoedt op de reis, die ik onderneem, mij voedsel geeft om te eten, een kleed om mij te kleden,
Dutch 2007 (HTB)
Jakob deed een gelofte: "Als God mij op deze reis helpt en beschermt, voor eten en kleding zorgt en mij in de toekomst veilig terugbrengt bij mijn vader, zal de HERE voortaan mijn God zijn.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jakob deed een gelofte: "Als God met mij zal zijn, mij onderweg beschermt en mij voedsel geeft om te eten en kleren om aan te trekken,
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
En Jakob legde een gelofte af en zei: “Wanneer GOD met mij zal zijn en mij zal beschermen op deze weg die ik zal gaan en mij brood te eten zal geven en kleren om mij mee te kleden
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Jakob deed een gelofte: ‘Als God mij op deze reis helpt en beschermt, voor eten en kleding zorgt zodat ik veilig zal terugkeren bij mijn vader, en als de Here mijn God zal zijn,
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Jakob beloofde een gelofte, zeggende: Wanneer God met mij geweest zal zijn, en mij behoed zal hebben op dezen weg, dien ik reize, en mij gegeven zal hebben brood om te eten, en klederen om aan te trekken;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Jakob beloofde een gelofte, zeggende: Wanneer God met mij geweest zal zijn, en mij behoed zal hebben op dezen weg, dien ik reize, en mij gegeven zal hebben brood om te eten, en klederen om aan te trekken;