Genesis 30:20 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zei Lea: "God heeft mij een prachtig geschenk gegeven. Voortaan zal mijn man bij mij willen wonen, omdat ik hem al zes zonen heb gegeven." Daarom noemde ze hem Zebulon [(= 'woonplaats')].
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Lea zei toen: God heeft mij, ja mij, een mooi geschenk gegeven; ditmaal zal mijn man bij míj komen wonen, want ik heb hem zes zonen gebaard. En zij gaf hem de naam Zebulon.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
God heeft mij een schoon geschenk gegeven; ditmaal zal mijn man bij mij wonen, omdat ik hem zes zonen gebaard heb; en zij gaf hem de naam Zebulon.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Nu sprak Lea: God heeft mij een mooi geschenk gegeven; nu zal mijn man wel bij me blijven, want ik heb hem zes zonen gebaard. En ze noemde hem Zabulon.
Dutch 2007 (HTB)
Zij noemde hem Zebulon (Bijwoning), want zij vond: "God heeft mij goede gaven gegeven voor mijn man. Hij zal nu zeker bij mij willen wonen, want ik heb hem al zes zonen gegeven."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Lea zei: "God heeft mij een prachtig geschenk gegeven. Nu zal mijn man bij mij willen wonen, omdat ik hem al zes zonen geschonken heb." En ze noemde hem Zebulon.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen zei Lea: “GOD heeft mij een mooi geschenk gegeven. Deze keer zal mijn man bij mij komen wonen, want ik heb hem zes zonen gebaard.” En zij noemde hem Zebulon.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Zij noemde hem Zebulon (Bijwoning), want zij vond: ‘God heeft mij goede gaven gegeven voor mijn man. Hij zal nu zeker bij mij willen wonen, want ik heb hem al zes zonen gegeven.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Lea zeide: God heeft mij, mij heeft Hij begiftigd met een goede gift; ditmaal zal mijn man mij bijwonen; want ik heb hem zes zonen gebaard; en zij noemde zijn naam Zebulon.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Lea zeide: God heeft mij, mij heeft Hij begiftigd met een goede gift; ditmaal zal mijn man mij bijwonen; want ik heb hem zes zonen gebaard; en zij noemde zijn naam Zebulon.