Genesis 33:15 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zei Ezau: "Laat dan een paar van mijn mannen bij jullie blijven." Maar Jakob zei: "Dat is heus niet nodig. Ik ben al blij dat je niet langer kwaad op me bent."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei Ezau: Laat mij toch enkelen uit het volk dat bij mij is, bij je plaatsen. Maar hij zei: Waarom is dat nodig? Laat mij genade vinden in de ogen van mijn heer.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen zeide Esau: Laat mij dan van het volk dat bij mij is, enigen bij u achterlaten. Maar hij zeide: Waarom toch? Laat mij de genegenheid van mijn heer winnen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Esau hernam: Dan zal ik tenminste enkele van de mannen, die mij vergezellen, te uwer beschikking stellen. Maar hij antwoordde: Waar is dat voor nodig; als ik maar genade vind in de ogen van mijn heer?
Dutch 2007 (HTB)
"Goed", zei Esau, "maar dan zal ik een aantal mannen bij je laten om je te helpen en de weg te wijzen." "Nee", hield Jakob vol, "wij komen er wel. Doe alsjeblieft wat ik heb voorgesteld."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Daarop zei Ezau: "Goed, maar laat mij dan een paar van mijn mannen bij je achterlaten." Maar Jakob zei: "Waarom zou u dat doen? Voor mij is het al genoeg dat u mij goedgezind bent."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Ezau zei: “Laat mij toch wat van het volk dat bij mij is bij jou achterlaten.” En hij zei: “Waarom dat? Laat mij genade vinden in de ogen van mijn heer!”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Goed,’ zei Esau, ‘maar dan zal ik een aantal mannen bij je laten om je te helpen en de weg te wijzen.’ ‘Nee,’ hield Jakob vol, ‘wij komen er wel. Doe alsjeblieft wat ik heb voorgesteld.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Ezau zeide: Laat mij toch van dit volk, dat met mij is, u bijstellen. En hij zeide: Waartoe dat? laat mij genade vinden in mijns heren ogen!
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Ezau zeide: Laat mij toch van dit volk, dat met mij is, u bijstellen. En hij zeide: Waartoe dat? laat mij genade vinden in mijns heren ogen!