Genesis 34:30 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zei Jakob tegen Simeon en Levi: "Jullie bezorgen mij zo niets dan ellende! Nu zullen de bewoners van dit land, de Kanaänieten en de Perezieten, slecht over mij denken! Als ze ons met elkaar aanvallen, overwinnen ze ons. Want wij zijn met maar weinig mensen. Ze zullen ons allemaal doden."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei Jakob tegen Simeon en tegen Levi: Jullie hebben mij in het ongeluk gestort door mij in een kwade reuk te brengen bij de inwoners van dit land, bij de Kanaänieten en de Ferezieten, terwijl ik maar met weinig mensen ben. Als zij gezamenlijk tegen mij optrekken, zullen zij mij verslaan en zal ik weggevaagd worden, ik en mijn huis.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen zeide Jakob tot Simeon en Levi: Gij hebt mij in het ongeluk gestort door mij in een kwade reuk te brengen bij de inwoners van dit land, bij de Kanaänieten en de Perizzieten, terwijl ik slechts met weinige lieden ben; als zij tegen mij samenspannen, zullen zij mij verslaan, en ik zal verdelgd worden, ik en mijn huis.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar Jakob sprak tot Simeon en Levi: Gij stort mij in het ongeluk, door mij in kwade reuk te brengen bij de bewoners van het land, de Kanaänieten en de Perizzieten. Ik heb maar weinig volk; als zij dus tegen mij samenspannen en mij overvallen, word ik met mijn gezin vernietigd.
Dutch 2007 (HTB)
Maar Jakob zei tegen Simeon en Levi: "Jullie hebben mij in een kwaad daglicht gebracht tegenover de andere bewoners van dit land, de Kanaänieten en de Ferezieten. Wij zijn met zo weinig, dat ze hierheen zullen komen en ons zullen verslaan. Ze zullen ons allemaal doden."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen zei Jakob tegen Simeon en Levi: "Jullie bezorgen mij hiermee niets dan ellende! Nu zal ik worden gehaat door de bevolking van dit land, de Kanaänieten en de Perezieten! Ik heb maar weinig mannen, dus als ze ons gezamenlijk aanvallen, zullen ze me verslaan en mij en mijn familie doden."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen zei Jakob tegen Simeon en Levi: “Jullie hebben mij in moeilijkheden gebracht door mij in een kwade reuk te brengen bij de inwoners van het land, bij de Kanaänieten en de Ferezieten. Ik ben maar met een handjevol mannen. Als zij samen tegen mij optrekken en mij verslaan, zal ik vernietigd worden, ik en mijn huis.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Maar Jakob zei tegen Simeon en Levi: ‘Jullie hebben mij in een kwaad daglicht gebracht tegenover de andere bewoners van dit land, de Kanaänieten en de Perizzieten. Wij zijn met zo weinig, dat ze hierheen zullen komen en ons zullen verslaan. Ze zullen ons allemaal doden.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zeide Jakob tot Simeon en tot Levi: Gij hebt mij beroerd, mits mij stinkende te maken onder de inwoners dezes lands, onder de Kanaänieten, en onder de Ferezieten; en ik ben weinig volks in getal; zo zij zich tegen mij verzamelen, zo zullen zij mij slaan, en ik zal verdelgd worden, ik en mijn huis.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zeide Jakob tot Simeon en tot Levi: Gij hebt mij beroerd, mits mij stinkende te maken onder de inwoners dezes lands, onder de Kanaanieten, en onder de Ferezieten; en ik ben weinig volks in getal; zo zij zich tegen mij verzamelen, zo zullen zij mij slaan, en ik zal verdelgd worden, ik en mijn huis.