Genesis 38:16 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Hij ging naar haar toe en zei tegen haar: "Kom, ik wil met je mee." Want hij wist niet dat ze de vrouw van zijn zonen was. Ze vroeg: "Wat wil je me betalen?"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En hij ging naar haar toe langs de weg en zei: Kom toch mee, ik wil bij u komen; hij wist immers niet dat het zijn schoondochter was. En zij zei: Wat zult u mij geven, als u bij mij komt?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En hij wendde zich tot haar aan de weg en zeide: Welaan, laat mij toch tot u komen, want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. Daarop zeide zij: Wat zult gij mij geven, wanneer gij tot mij komt?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Hij verliet de weg, ging naar haar toe en sprak: Kom, ik wil met u mee. Hij wist immers niet, dat het zijn schoondochter was. Zij antwoordde: Wat geeft ge mij, als ge bij me moogt komen?
Dutch 2007 (HTB)
Hij kwam op haar af en stelde haar voor met hem te slapen, niet wetend dat zij zijn eigen schoondochter was. "Wat betaalt u mij daarvoor?" vroeg zij.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Hij liep naar haar toe en zei tegen haar: "Kom, ik wil met je mee," want hij wist niet dat ze zijn schoondochter was. Ze vroeg: "Wat wilt u me ervoor betalen?"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Hij ging naar haar toe daar langs de weg en zei: “Sta me toe bij je te komen!”, want hij wist niet dat het zijn schoondochter was. En zij zei: “Wat geef je mij om bij mij te mogen komen?”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Hij kwam op haar af en stelde haar voor met hem te slapen, niet wetend dat zij zijn eigen schoondochter was. ‘Wat betaalt u mij daarvoor?’ vroeg zij.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En hij week tot haar naar den weg, en zeide: Kom toch, laat mij tot u ingaan; want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. En zij zeide: Wat zult gij mij geven, dat gij tot mij ingaat?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En hij week tot haar naar den weg, en zeide: Kom toch, laat mij tot u ingaan; want hij wist niet, dat zij zijn schoondochter was. En zij zeide: Wat zult gij mij geven, dat gij tot mij ingaat?