Genesis 38:18 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Hij vroeg: "Wat wil je als onderpand hebben?" Ze zei: "Je zegelring, je ketting en de staf die je in je hand hebt." Hij gaf ze aan haar en ging met haar mee. Ze raakte van hem in verwachting.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei hij: Wat is het onderpand dat ik u zal geven? Zij zei: Uw zegelring, uw snoer en uw staf, die u in uw hand hebt. Hij gaf ze haar, kwam bij haar, en zij werd zwanger van hem.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Hij zeide: Wat voor pand moet ik u geven? Zij zeide: Uw zegelring, uw snoeren en de staf, die in uw hand is. Toen gaf hij het haar, en hij kwam tot haar en zij werd zwanger van hem.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Hij hernam: Wat voor een pand moet ik u geven? Zij antwoordde: Uw zegel met snoer en de staf, die ge in uw hand hebt. Hij gaf ze haar, hield gemeenschap met haar, en zij ontving van hem.
Dutch 2007 (HTB)
"Welk onderpand zou u willen hebben?" informeerde hij. "Uw zegelring en uw wandelstok", antwoordde zij. Die gaf hij haar. Daarna liep hij met haar mee en zij sliepen met elkaar. Zo raakte zij in verwachting.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
"Wat moet ik je als onderpand geven?" vroeg Juda. Ze antwoordde: "Uw zegelring, uw ketting en de staf die u in uw hand houdt." Hij gaf ze haar en had gemeenschap met haar. Ze werd zwanger van hem.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen zei hij: “Wat zal ik je als onderpand geven?” Zij zei: “Je zegelring, je snoer en je staf, die je in de hand hebt.” Hij gaf ze aan haar en hij kwam bij haar en zij werd zwanger van hem.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Welk onderpand zou u willen hebben?’ informeerde hij. ‘Uw zegelring en uw wandelstok,’ antwoordde zij. Die gaf hij haar. Daarna liep hij met haar mee en zij sliepen met elkaar. Zo raakte zij in verwachting.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zeide hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zeide: Uw zegelring en uw snoer en uw staf, die in uw hand is; hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in; en zij ontving bij hem.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zeide hij: Wat pand is het, dat ik u geven zal? En zij zeide: Uw zegelring en uw snoer en uw staf, die in uw hand is; hetwelk hij haar gaf, en ging tot haar in; en zij ontving bij hem.