Genesis 42:13 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zeiden ze: "Vroeger waren we met z'n twaalven. Twaalf zonen van één man in Kanaän. Onze jongste broer is nog bij onze vader, en één broer leeft niet meer."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Zij zeiden: Wij, uw dienaren, waren twaalf broers, zonen van één man in het land Kanaän; en zie, de jongste is heden nog bij onze vader, en een is er niet meer.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Daarop zeiden zij: Uw knechten waren twaalf in getal, wij zijn broeders, zonen van één man in het land Kanaän, en zie, de jongste is thans bij onze vader, en één is niet meer.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Ze zeiden: Uw dienaren zijn twaalf in getal geweest; wij zijn broeders en zonen van één man uit het land Kanaän. De jongste is bij onzen vader gebleven, en één is er niet meer.
Dutch 2007 (HTB)
"Dat is niet zo", zeiden zij, "wij zijn thuis met twaalf zonen en onze vader woont in het land Kanaän. Onze jongste broer is bij hem achtergebleven en een andere broer van ons is dood."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen zeiden ze: "Vroeger waren wij met twaalf broers, zonen van één man in Kanaän. De jongste broer is bij onze vader gebleven en één broer leeft niet meer."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Zij zeiden: “Wij, uw dienaren, waren twaalf broers, zonen van één man in het land Kanaän. Zie, de jongste is nu bij onze vader en één is er niet meer.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Dat is niet zo,’ zeiden zij, ‘wij zijn thuis met twaalf zonen en onze vader woont in het land Kanaän. Onze jongste broer is bij hem achtergebleven en een andere broer van ons is dood.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En zij zeiden: Wij, uw knechten, waren twaalf gebroeders, ééns mans zonen, in het land Kanaän; en zie, de kleinste is heden bij onzen vader; doch de een is niet meer.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En zij zeiden: Wij, uw knechten, waren twaalf gebroeders, eens mans zonen, in het land Kanaan; en zie, de kleinste is heden bij onzen vader; doch de een is niet meer.