Genesis 43:8 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Juda zei tegen zijn vader: "Laat de jongen alstublieft met mij meegaan. Dan zullen we vertrekken. Dan kunnen u, wij en onze kinderen in leven blijven. Maar anders gaan we allemaal dood van de honger.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei Juda tegen Israël, zijn vader: Stuur de jongen met mij mee; dan zullen wij opstaan en op weg gaan, zodat wij in leven zullen blijven en niet zullen sterven: wij niet, u niet en onze kleine kinderen niet.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En Juda zeide tot zijn vader Israël: Laat de jongen toch met mij meegaan; dan zullen wij ons gereed maken en op reis gaan, opdat wij in het leven mogen blijven en niet sterven, zowel wij als gij en onze kinderen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
En Juda drong bij zijn vader Israël aan: Geef den jongen maar met mij mee, en laten we vertrekken; dan kunnen we in leven blijven en behoeven we niet te sterven, wij, gijzelf en onze kinderen.
Dutch 2007 (HTB)
Juda zei tegen zijn vader: "Laat mij de jongen meenemen, dan kunnen we gaan. Anders zullen we allemaal verhongeren en niet alleen wij, maar ook u en onze kleine kinderen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Juda zei tegen zijn vader Israël: "Laat de jongen met mij meegaan, zodat we kunnen vertrekken. Dan blijven we tenminste in leven, maar anders komen wij, u en onze kinderen allemaal om van de honger.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen zei Juda tegen zijn vader Israël: “Stuur de jongen toch met mij mee, dan zullen wij opstaan en gaan, opdat wij in leven blijven en zowel wij als jij en onze kinderen niet zullen sterven.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Juda zei tegen zijn vader: ‘Laat mij de jongen meenemen, dan kunnen we gaan. Anders zullen we allemaal verhongeren en niet alleen wij, maar ook u en onze kleine kinderen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zeide Juda tot Israël, zijn vader: Zend den jongeling met mij, zo zullen wij ons opmaken en reizen, opdat wij leven en niet sterven, noch wij, noch gij, noch onze kinderkens.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zeide Juda tot Israel, zijn vader: Zend den jongeling met mij, zo zullen wij ons opmaken en reizen, opdat wij leven en niet sterven, noch wij, noch gij, noch onze kinderkens.