Genesis 44:16 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Juda antwoordde: "Wat moeten we tegen u zeggen? Hoe kunnen we zeggen dat we onschuldig zijn? God bewijst dat we schuldig zijn. We zijn uw slaven, heer. Wij en de man bij wie de beker gevonden is."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zei Juda: Wat zullen wij tegen mijn heer zeggen? Wat zullen wij spreken? Waarmee kunnen wij ons rechtvaardigen? God heeft de misdaad van uw dienaren aan het licht gebracht. Zie, wij zullen slaven van mijn heer zijn, zowel wij als hij bij wie de beker gevonden is.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Daarop zeide Juda: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen, wat zullen wij spreken, en waarmee zullen wij ons rechtvaardigen? God heeft de schuld uwer knechten aan het licht gebracht. Zie, wij zijn slaven voor mijn heer, wij evenals degene, bij wie de beker gevonden is.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Juda zeide: Wat zullen we onzen heer antwoorden, wat zullen we zeggen, hoe ons rechtvaardigen? God wreekt de schuld van uw dienaren. Zie, wij zijn de slaven van onzen heer, wij met hem, bij wien de beker is gevonden.
Dutch 2007 (HTB)
Juda antwoordde: "Wat kunnen wij zeggen, meneer? Hoe kunnen wij onze onschuld bewijzen? God straft ons voor onze zonden. Wij zijn teruggekomen om uw slaven te worden, wij en hij, in wiens zak de beker is gevonden."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Juda antwoordde: "Wat kunnen we u antwoorden? Wat zouden we moeten zeggen? Hoe zouden we kunnen aantonen dat we onschuldig zijn? God heeft onze zonde aan het licht gebracht. Zie, we zijn allemaal uw slaven, heer, wij en degene bij wie de beker gevonden is."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen zei Juda: “Wat zullen wij nog tegen mijn heer zeggen en tot hem spreken en hoe zullen wij ons nog rechtvaardigen? GOD heeft de misdaad van uw dienaren ontdekt. Zie, wij zullen dienaren van mijn heer zijn, zowel wij als hij bij wie de beker gevonden is.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Juda antwoordde: ‘Wat kunnen wij zeggen, meneer? Hoe kunnen wij onze onschuld bewijzen? God straft ons voor onze zonden. Wij zijn teruggekomen om uw slaven te worden, wij en hij, in wiens zak de beker is gevonden.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zeide Juda: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen, wat zullen wij spreken, en wat zullen wij ons rechtvaardigen? God heeft de ongerechtigheid uwer knechten gevonden; zie, wij zijn mijns heren slaven, zo wij, als hij, in wiens hand de beker gevonden is.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zeide Juda: Wat zullen wij tot mijn heer zeggen, wat zullen wij spreken, en wat zullen wij ons rechtvaardigen? God heeft de ongerechtigheid uwer knechten gevonden; zie, wij zijn mijns heren slaven, zo wij, als hij, in wiens hand de beker gevonden is.