Genesis 48:9 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jozef antwoordde: "Dat zijn mijn zonen, die God mij hier heeft gegeven." Jakob zei: "Breng hen hier, zodat ik hen kan zegenen."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Jozef zei tegen zijn vader: Dat zijn mijn zonen, die God mij hier gegeven heeft. En hij zei: Breng hen toch bij mij, dan zal ik hen zegenen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En Jozef zeide tot zijn vader: Dat zijn mijn zonen, die God mij hier gegeven heeft. Daarop zeide hij: Breng hen toch tot mij, opdat ik hen zegene.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Josef gaf zijn vader ten antwoord: Het zijn mijn zonen, die God mij hier heeft gegeven. Hij zeide: Breng ze bij mij; ik wil ze zegenen.
Dutch 2007 (HTB)
"Ja", antwoordde Jozef, "dit zijn de zonen, die God mij hier in Egypte heeft gegeven."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jozef antwoordde: "Dit zijn mijn zonen, die God mij hier heeft gegeven." Jakob zei: "Breng hen bij me, ik wil hen zegenen."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Jozef zei tegen zijn vader: “Dit zijn mijn zonen die GOD mij hier gegeven heeft.” En hij zei “Breng hen toch bij mij, opdat ik hen zegen!”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Ja,’ antwoordde Jozef, ‘dit zijn de zonen die God mij hier in Egypte heeft gegeven.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Jozef zeide tot zijn vader: Zij zijn mijn zonen, die mij God hier gegeven heeft. En hij zeide: Breng hen toch tot mij, dat ik hen zegene!
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Jozef zeide tot zijn vader: Zij zijn mijn zonen, die mij God hier gegeven heeft. En hij zeide: Breng hen toch tot mij, dat ik hen zegene!