Genesis 49:28 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Dit is wat Israël heeft gezegd over zijn twaalf zoons. Uit hen zijn de twaalf stammen van Israël ontstaan. Hij gaf ieder van hen een eigen zegen.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Dit waren al de stammen van Israël: twaalf. En dit was wat hun vader tot hen sprak toen hij hen zegende. Hij zegende hen, elk met een eigen zegen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Dit zijn al de stammen van Israël, twaalf in getal; en dit is wat hun vader over hen gesproken heeft, toen hij hen zegende; ieder zegende hij met een eigen zegen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Dit zijn al de stammen van Israël, twaalf in getal. En zo sprak hun vader hen toe, toen hij hen zegende, en ieder van hen zijn bijzondere zegen verleende.
Dutch 2007 (HTB)
Dit zijn de zegeningen, waarmee Israël zijn twaalf zonen zegende.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Dit zijn alle stammen van Israël, twaalf in getal, en dit is wat hun vader over hen zei toen hij hen zegende. Hij zegende ieder van hen met een eigen zegen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Zij allen vormden de stammen van Israël: twaalf stammen. Dit is het, wat hun vader tot hen sprak toen hij hen zegende. Hij zegende hen, ja ieder zegende hij met een eigen zegen.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Dit zijn de zegeningen waarmee Israël zijn twaalf zonen zegende.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Al deze stammen van Israël zijn twaalf; en dit is het, wat hun vader tot hen sprak, als hij hen zegende; hij zegende hen, een iegelijk naar zijn bijzonderen zegen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Al deze stammen van Israel zijn twaalf; en dit is het, wat hun vader tot hen sprak, als hij hen zegende; hij zegende hen, een iegelijk naar zijn bijzonderen zegen.