Hebrews 12:18 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De Israëlieten in de woestijn waren [bij de berg Sinaï] bij een groot vuur gekomen, met een donkere wolk en donder en bliksem. Maar jullie niet.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Want u bent niet tot een tastbare berg genaderd, en tot een brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Want gij zijt niet genaderd tot een tastbaar en brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind,
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Inderdaad, gij zijt niet toegetreden tot een tastbare berg, niet tot brandend vuur, duisternis, donkere wolk, storm,
Dutch 2007 (HTB)
U bent niet oog in oog komen te staan met iets ontzettends (met laaiend vuur, diepe duisternis en gierende wind) zoals de Israëlieten in de tijd van Mozes, toen God op de berg Sinaï Zijn wet gaf. (B)
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Want jullie zijn niet gekomen naar een tastbare berg, en naar een laaiend vuur, naar diepe duisternis en stormwind,
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Want jullie zijn niet genaderd tot het brandende vuur en tot de tastbare berg, en ook niet tot duisternis, donkere mist en stormwind,
Dutch Frisian
Dan jie send nijch jekohme no däm [Boajch], dee betaustboa wea, en dee vom Fia aunjestetjt wea, en däm Dunkel en Diestaness en däm Storm,
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Jullie zijn niet genaderd tot iets tastbaars – een berg die in brand staat en in duisternis gehuld is en waar het dondert en stormt.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
U bent niet oog in oog komen te staan met iets ontzettends—met laaiend vuur, diepe duisternis en gierende wind—zoals de Israëlieten in de tijd van Mozes, toen God op de berg Sinaï zijn wet gaf.
Dutch Reimer 2001
Dan jie sent nich no daem Boajch jekome daen auntoschiere jink, dee met Fia brend, en no Diestaness, en deepet Dunkel, en Wintkriesel,
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Want gij zijt niet gekomen tot den tastelijken berg, en het brandende vuur, en donkerheid, en duisternis, en onweder,
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Want gij zijt niet gekomen tot den tastelijken berg, en het brandende vuur, en donkerheid, en duisternis, en onweder,