Hebrews 12:8 — Compare Translations
13 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Als je niet [door Hem] opgevoed en bestraft wordt, ben je kennelijk niet zíjn kind, maar het kind van iemand anders.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Maar als u zonder bestraffing bent, waar allen deel aan hebben gekregen, bent u bastaarden en geen kinderen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Blijft gij echter vrij van de tuchtiging, welke allen ondergaan hebben, dan zijt gij bastaards, en geen zonen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Zo gij dus zonder kastijding zoudt wezen, waarvan allen hun deel krijgen, dan waart gij bastaards en geen zonen.
Dutch 2007 (HTB)
Hebt u ooit gehoord van een zoon die niet gestraft werd? Als God u niet terechtwijst, wanneer u het nodig hebt, betekent het dat u niet Zijn zoon bent.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Als jullie nooit bestraft worden terwijl dat de anderen niet bespaard blijft, zijn jullie kennelijk geen echte zonen, maar bastaards.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Als jullie zonder de tuchtiging, waarmee iedereen getuchtigd wordt, zouden zijn, dan waren jullie als vreemden en geen zonen.
Dutch Frisian
Oba wann jie ohne Zuchtijung send, aun dee aula deelhauft jeworde send, soo send jie dan onneehelijche en nijch Säns.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Als jullie niet zouden worden terechtgewezen, dan zouden jullie onwettige kinderen zijn, geen erkende zonen.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Hebt u ooit gehoord van een kind dat niet gestraft werd? Als God u niet terechtwijst, wanneer u het nodig hebt, betekent het dat u niet zijn kind bent.
Dutch Reimer 2001
Oba wan jie oone Belearunk sent, aun woont aula Aundeel ha, dan sent jie Huarebalj en nich Kjinje.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Maar indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deelachtig zijn geworden, zo zijt gij dan bastaarden, en niet zonen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Maar indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deelachtig zijn geworden, zo zijt gij dan bastaarden, en niet zonen.