Hosea 5:15 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ik zal vertrekken en teruggaan naar de plaats waar Ik woon, totdat zij toegeven dat ze schuldig zijn en weer naar Mij gaan verlangen. Want als ze zich helemaal geen raad meer weten, zullen ze op tijd weer bij Mij terugkomen."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Ik ga en keer terug naar Mijn woon plaats, totdat zij zich schuldig weten en Mijn aangezicht zoeken. In hun benauwdheid zullen zij Mij ernstig zoeken.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Ik zal wegnemen, zonder dat iemand redden kan. Ik zal heengaan, Ik wil wederkeren naar mijn plaats, totdat zij zich schuldig gevoelen en mijn aangezicht zoeken; wanneer het hun bang te moede is, zullen zij verlangend naar Mij uitzien.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Totdat ze boete doen, mijn aangezicht zoeken, En hunkeren naar Mij in hun nood:
Dutch 2007 (HTB)
Ik zal hen in de steek laten en naar huis gaan tot zij hun schuld bekennen en Mij weer zoeken. Want zodra zij in de problemen raken, zullen zij weer verlangend naar Mij uitzien."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ik zal vertrekken en naar mijn plaats terugkeren, totdat zij hun schuld erkennen en mijn tegenwoordigheid weer zoeken." "Wanneer ze in nood zijn, zullen ze Mij ijverig zoeken:
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Ik zal heengaan en weer terugkeren naar mijn plaats, totdat zij schuld bekennen en mijn aangezicht zoeken. Als zij in het nauw zijn, zullen zij Mij zoeken in de vroege ochtend.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Ik zal hen in de steek laten en naar huis gaan tot zij hun schuld bekennen en Mij weer zoeken. Want zodra zij in de problemen raken, zullen zij weer verlangend naar Mij uitzien.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Ik zal henengaan en keren weder tot Mijn plaats, totdat zij zichzelven schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken; als hun bange zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Ik zal henengaan en keren weder tot Mijn plaats, totdat zij zichzelven schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken; als hun bange zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken.