Hosea 8:7 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Israël heeft wind gezaaid. Daardoor zal het storm oogsten. Er zal geen graan meer groeien. Het zaad dat ze zaaien zal geen meel opleveren. En als er al iets eetbaars uit groeit, zal dat door vreemdelingen worden opgegeten.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Want wind zaaien zij, maar een wervelwind zullen zij oogsten. Staand koren zonder aren geeft geen meel. Wanneer ze al aren geven, zullen vreemden die verslinden.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Want wind zaaien zij en storm oogsten zij: tot rijpheid komt het koren niet, het is een gewas dat geen meel voortbrengt; en brengt het al iets voort, dan verslinden het vreemden.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Want ze zaaien wind, en oogsten storm: Een oogst zonder aren, koren zonder meel; En brengt het iets op, dan eten het vreemden:
Dutch 2007 (HTB)
Zij hebben wind gezaaid en zullen storm oogsten. Hun korenhalmen dragen geen aren en het gewas levert dus geen meel op. Als er al iets wordt geoogst, eten vreemdelingen het op.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Want ze zaaien wind en zullen storm oogsten. Het graan op de akkers heeft geen aren, het levert geen meel op. En als het al meel oplevert, zal dat door vreemden worden verslonden.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Want wind zaaien zij en storm zullen zij oogsten. Aan de halm zit geen uitspruitende groene aar waar men meel van kan maken, of het wordt wel gemaakt, maar vreemden verslinden het.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Zij hebben wind gezaaid en zullen storm oogsten. Hun korenhalmen dragen geen aren en het gewas levert dus geen meel op. Als er al iets wordt geoogst, eten vreemdelingen het op.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Want zij hebben wind gezaaid, en zullen een wervelwind maaien; het zal geen staande koren hebben, het uitspruitsel zal geen meel maken; of het misschien maakte, vreemden zullen het verslinden.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Want zij hebben wind gezaaid, en zullen een wervelwind maaien; het zal geen staande koren hebben, het uitspruitsel zal geen meel maken; of het misschien maakte, vreemden zullen het verslinden.