Isaiah 11:6 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Dan zullen wolven en schapen bij elkaar leven. Panters en geitjes zullen samen liggen rusten. Kalveren en jonge leeuwen groeien samen op. Een kleine jongen zal ze hoeden.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Een wolf zal bij een lam verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerliggen, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee zullen bij elkaar zijn, een kleine jongen zal ze drijven.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden;
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Dan huist de wolf bij het lam, Vlijt de panter zich naast de geit; Samen grazen kalf en leeuw, Een kind kan ze weiden.
Dutch 2007 (HTB)
Dan zullen de wolf en het lam bij elkaar liggen en er zal vrede heersen tussen panter en geit. Kalveren en mestvee zullen veilig tussen de leeuwen kunnen lopen en een klein kind zal hen hoeden.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De wolf zal bij het lam verblijven. Luipaard en bokje zullen samen liggen rusten. Kalf, leeuw en schaap zullen samen grazen en een kleine jongen zal ze weiden.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De wolf zal bij het lam verblijven en het luipaard zal bij de geitenbok neerliggen. Het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen samen zijn en een kleine jongen zal ze leiden.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Dan zullen de wolf en het lam bij elkaar liggen en er zal vrede heersen tussen panter en geit. Kalveren en mestvee zullen veilig tussen de leeuwen kunnen lopen en een klein kind zal hen hoeden.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij den geitenbok nederliggen; en het kalf, en de jonge leeuw, en het mestvee te zamen, en een klein jongske zal ze drijven.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij den geitenbok nederliggen; en het kalf, en de jonge leeuw, en het mestvee te zamen, en een klein jongske zal ze drijven.