Isaiah 29:13 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De Heer heeft gezegd: "Dit volk eert Mij alleen maar met hun woorden, met hun mond. Maar hun hart is ver bij Mij vandaan. Ze dienen Mij op een manier die ze zelf hebben bedacht.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
De Heere zei: Omdat dit volk tot Mij nadert met zijn mond en zij Mij eren met hun lippen, maar hun hart ver van Mij houden, en hun vrees voor Mij slechts een aangeleerd gebod van mensen is,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En de Here zeide: Omdat dit volk Mij slechts met woorden nadert en met zijn lippen eert, terwijl het zijn hart verre van Mij houdt, en hun ontzag voor Mij een aangeleerd gebod van mensen is,
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
En de Heer zegt: Omdat dit volk Mij nadert met de mond, En Mij eert met de lippen alleen, Maar zijn hart heel ver van Mij houdt, En zijn vrees voor Mij enkel bestaat Uit mensenwijsheid, van buiten geleerd;
Dutch 2007 (HTB)
En daarom zegt de Here: "Omdat deze mensen beweren dat zij van Mij zijn, maar Mij niet gehoorzamen en zij hun godsdienst alleen met de mond en niet met het hart bedrijven,
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De Heer*** heeft gezegd: Dit volk nadert Mij met zijn mond, de mensen eren Mij met hun lippen, maar hun hart is ver bij Mij vandaan. Hun ontzag voor Mij bestaat uit menselijke voorschriften die hun geleerd zijn.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
“Mijn Heer heeft gezegd: ‘Omdat dit volk met de mond tot Mij nadert en zij Mij met hun lippen eren, terwijl hun hart ver van Mij verwijderd is, en hun ontzag voor Mij berust op geboden, die zij van mensen geleerd hebben,
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
En daarom zegt de Here: ‘Deze mensen eren God met de mond, maar in hun hart moeten zij niets van Mij hebben. Hun godsdienst is slechts door mensen opgelegd en aangeleerd.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Want de Heere heeft gezegd: Daarom dat dit volk tot Mij nadert met zijn mond, en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart verre van Mij doen; en hun vreze, waarmede zij Mij vrezen, mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Want de Heere heeft gezegd: Daarom dat dit volk tot Mij nadert met zijn mond, en zij Mij met hun lippen eren, doch hun hart verre van Mij doen; en hun vreze, waarmede zij Mij vrezen, mensengeboden zijn, die hun geleerd zijn;