Isaiah 41:9 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jou heb Ik uit een ver land geroepen. Jou heb Ik uitgekozen. Tegen jou heb Ik gezegd: 'Je bent mijn dienaar. Jou kies Ik uit. Ik zal je nooit in de steek laten.'
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
u, die Ik gegrepen heb van de einden der aarde, geroepen uit haar uithoeken, en tegen wie Ik zei: U bent Mijn dienaar, Ik heb u verkozen, Ik heb u niet verworpen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
gij, die Ik gegrepen heb van de einden der aarde en geroepen uit haar uithoeken, tot wie Ik zeide: Gij zijt mijn knecht, Ik heb u verkoren en u niet versmaad –
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Dien Ik van de grenzen der aarde heb gehaald, En van haar eindpaal geroepen: Ik heb u gezegd: Gij zijt mijn dienstknecht, U heb ik verkoren en nimmer versmaad!
Dutch 2007 (HTB)
Ik heb u vanuit de uithoeken van de aarde teruggeroepen en gezegd dat u Mij alleen moest dienen, want Ik heb u gekozen en zal u niet in de steek laten.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
jou die Ik heb weggehaald van de einden der aarde, die Ik geroepen heb uit verre oorden, tegen wie Ik heb gezegd: 'Jij bent mijn dienaar, jou heb Ik uitgekozen en niet afgewezen' –
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
jou heb Ik gegrepen van de einden van de aarde en je geroepen uit de meest afgelegen streken en tegen je gezegd: ‘Jij bent mijn dienaar, jou heb Ik uitgekozen, Ik heb je niet verworpen.’
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Ik heb u vanuit de uithoeken van de aarde teruggeroepen en gezegd dat u Mij alleen moest dienen, want Ik heb u gekozen en zal u niet in de steek laten.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Gij, welken Ik gegrepen heb van de einden der aarde, en uit haar bijzonderste geroepen heb; en zeide tot u: Gij zijt Mijn knecht; u heb Ik uitverkoren, en heb u niet verworpen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Gij, welken Ik gegrepen heb van de einden der aarde, en uit haar bijzonderste geroepen heb; en zeide tot u: Gij zijt Mijn knecht; u heb Ik uitverkoren, en heb u niet verworpen.