Isaiah 47:10 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Je vertrouwde op je slechtheid. Je dacht dat niemand jou iets kon doen. Je hebt door al je wijsheid en kennis teveel verbeelding gekregen. Daardoor ben je gaan denken dat niemand zo machtig is als jij.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Want u hebt op uw slechtheid vertrouwd. U hebt gezegd: Niemand ziet mij. Uw wijsheid, uw wetenschap, die heeft u afvallig gemaakt. U zei in uw hart: Ik ben het, en niemand anders dan ik.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Gij vertrouwdet op uw boosheid; gij zeidet: Niemand ziet mij. Uw wijsheid en uw kennis zijn het, die u verleid hebben, zodat gij bij uzelf zeidet: Ik ben het en niemand anders.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Ge hebt op uw boosheid vertrouwd, En gezegd: Niemand doorziet mij. Uw wijsheid en kunde Hebben u op een dwaalspoor gebracht; Zodat ge dacht bij uzelf: Dat ben ik, en geen ander!
Dutch 2007 (HTB)
U waande zich veilig in uw verdorvenheid. Uw 'wijsheid' en 'kennis' brachten u er toe te denken dat u aan niemand verantwoording hoefde af te leggen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Je hebt op je slechtheid vertrouwd en gezegd: 'Niemand doet mij iets.' Je wijsheid en inzicht hebben je misleid. Je hebt gezegd: 'Ik ben oppermachtig.'
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Want jij hebt op je slechtheid vertrouwd en gezegd: ‘Niemand ziet mij!’ Je wijsheid en je kennis heeft je afvallig gemaakt. Jij zei in je hart: ‘Ik ben het en niemand anders!’
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
U waande zich veilig in uw verdorvenheid. Uw ‘wijsheid’ en ‘kennis’ brachten u er toe te denken dat u aan niemand verantwoording hoefde af te leggen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik.