Isaiah 61:6 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Maar jullie zullen priesters van de Heer worden genoemd, en dienaren van onze God. Jullie zullen leven van de rijkdommen die de volken hebben verzameld. Daarvan zullen jullie genieten.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Ú echter zult genoemd worden: priesters van de HEERE, men zal u noemen: dienaren van onze God. U zult het vermogen van heidenvolken eten, u zult u beroemen in hun luister.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
maar gij zult priesters des HEREN heten, dienaars van onze God genoemd worden; gij zult het vermogen der volken genieten en u op hun heerlijkheid beroemen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar gij zult priesters van Jahweh worden genoemd, Bedienaars heten van onzen God. De schatten der volkeren zult ge verteren, En met hun luister gaan pronken.
Dutch 2007 (HTB)
U zult priesters van de HERE, helpers van onze God, worden genoemd. U zult worden gevoed met de rijkdommen van de volken en u zult u op hun schatten beroemen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Maar jullie zullen priesters van de Heer*** heten, dienaren van onze God worden genoemd. Jullie zullen je voeden met de overvloed van de volken, op hun rijkdommen zullen jullie je beroemen.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Maar jullie zullen ‘Priesters van de HEERE!’ genoemd worden, ‘Dienaren van onze GOD!’ zal men jullie noemen. Jullie zullen je voeden met de weelde van de volken en jezelf gelukkig prijzen met hun heerlijkheid.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
U zult priesters van de Here, helpers van onze God, worden genoemd. U zult worden gevoed met de rijkdommen van de volken en u zult u op hun schatten beroemen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Doch gijlieden zult priesters des HEEREN heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Doch gijlieden zult priesters des HEEREN heten, men zal u dienaren onzes Gods noemen; gij zult het vermogen der heidenen eten, en in hun heerlijkheid zult gij u roemen.