Jeremiah 1:16 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Want Ik ga de steden van Juda straffen voor hun slechtheid, omdat ze Mij verlaten hebben. Ze hebben offers gebracht aan andere goden. Ze hebben zelfgemaakte godenbeelden aanbeden.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Ik zal Mijn oordelen over hen uitspreken vanwege al hun kwaad: dat zij Mij verlaten hebben en reukoffers gebracht hebben aan andere goden, en zich hebben neergebogen voor de werken van hun handen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
dan zal Ik mijn oordelen over hen uitspreken om al hun boosheid, dat zij Mij verlaten en voor andere goden offers ontstoken hebben, en zich hebben nedergebogen voor de voortbrengselen hunner handen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Dan vel Ik hun vonnis om al hun boosheid: Omdat ze Mij hebben verlaten, Voor vreemde goden wierook gebrand, Hun eigen maaksel hebben aanbeden.
Dutch 2007 (HTB)
Op die manier zal Ik mijn volk straffen, omdat het Mij de rug toekeert, afgoden aanbidt en zich neerbuigt voor zelfgemaakte beelden!
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ik zal mijn vonnis over hen uitspreken voor al hun slechtheid, omdat ze Mij verlaten hebben, voor andere goden offers hebben verbrand en zich hebben neergebogen voor hun menselijke maaksels.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Ik zal mijn oordelen over hen uitspreken, over al hun slechtheid: dat zij Mij verlaten hebben en aan andere goden reukoffers gebracht hebben en geknield hebben voor de werken van hun eigen handen.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Op die manier zal Ik mijn volk straffen, omdat het Mij de rug toekeert, afgoden aanbidt en zich neerbuigt voor zelfgemaakte beelden!
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En Ik zal Mijn oordelen tegen hen uitspreken over al hun boosheid; dat zij Mij verlaten hebben, en anderen goden gerookt, en zich gebogen hebben voor de werken hunner handen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En Ik zal Mijn oordelen tegen hen uitspreken over al hun boosheid; dat zij Mij verlaten hebben, en anderen goden gerookt, en zich gebogen hebben voor de werken hunner handen.