Jeremiah 10:20 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ons leven stort in als een tent waarvan de touwen zijn losgerukt. De bewoners zijn uit het land vertrokken. Niemand zal ons nog helpen.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Mijn tent is verwoest en al mijn touwen zijn gebroken, mijn kinderen zijn bij mij weggegaan en zij zijn er niet. Er is niemand meer die mijn tent opzet en mijn tentkleden opstelt.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Mijn tent is vernield en al mijn koorden zijn losgerukt; mijn kinderen zijn van mij weggegaan en zijn er niet; geen is er meer, die mijn tent spant, mijn tentkleden opricht.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Mijn tent ligt vernield, al mijn koorden zijn stuk, Mijn kinderen en kudden zijn heen; Niemand meer, om mijn tent te spannen, Mijn zeildoek te hijsen.
Dutch 2007 (HTB)
Mijn huis is vernield en mijn kinderen zijn weggehaald. Ik zal hen nooit meer terugzien. Er is niemand overgebleven, die mij kan helpen mijn huis weer op te bouwen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Maar mijn tent is vernield, alle touwen zijn stukgetrokken. Mijn kinderen zijn bij mij weggegaan en zijn er niet meer. Er is niemand om mijn tent weer op te zetten, niemand die mijn tentkleden weer uitspant."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Mijn Tent is vernield en al mijn tent koorden zijn geknapt, mijn zonen zijn van mij weggegaan, zij zijn er niet meer. Er is niemand meer die mijn Tent opzet en mijn tentkleden ophangt.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Mijn huis is vernield en mijn kinderen zijn weggehaald. Ik zal hen nooit meer terugzien. Er is niemand overgebleven die mij kan helpen mijn huis weer op te bouwen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Mijn tent is verstoord, en al mijn zelen zijn verscheurd; mijn kinderen zijn van mij uitgegaan, en zij zijn er niet; er is niemand meer, die mijn tent uitspant, en mijn gordijnen opricht.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Mijn tent is verstoord, en al mijn zelen zijn verscheurd; mijn kinderen zijn van mij uitgegaan, en zij zijn er niet; er is niemand meer, die mijn tent uitspant, en mijn gordijnen opricht.