Jeremiah 16:6 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Alle mensen in dit land, van hoog tot laag, zullen sterven. Niemand zal hen begraven. Niemand zal over hen treuren. Niemand zal [als teken van verdriet] sneden in zijn lichaam maken of zijn hoofd kaalscheren.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Groten en kleinen zullen sterven in dit land. Zij zullen niet begraven worden. Er zal over hen geen rouw bedreven worden, men zal het lichaam niet kerven of zich voor hen kaal maken.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Groten en kleinen zullen in dit land sterven zonder begraven te worden, men zal hen niet beklagen en niemand zal zich om hen insnijdingen maken of zich kaal scheren;
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Groot en klein zal sterven in dit land! Men zal ze begraven noch betreuren, Zich niet voor hen kerven, zich de haren niet scheren;
Dutch 2007 (HTB)
Groot en klein zullen in dit land sterven, onbegraven en niet betreurd. Hun vrienden zullen zich niet snijden of hun hoofdhaar afscheren als teken van rouw.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
zodat iedereen in dit land, van hoog tot laag, zal sterven. Niemand zal hen begraven. Niemand zal over hen weeklagen. Niemand zal zich om hen insnijdingen in zijn lichaam maken of zijn hoofd kaalscheren.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De groten en de kleinen in dit land zullen sterven. Zij zullen niet begraven worden en men zal niet jammeren en men zal zich geen insnijdingen maken of zich om hen kaal scheren.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Groot en klein zullen in dit land sterven, onbegraven en niet betreurd. Hun vrienden zullen zich als teken van rouw niet snijden of hun hoofdhaar afscheren als teken van rouw.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Zodat groten en kleinen in dit land zullen sterven, zij zullen niet begraven worden; en men zal hen niet beklagen, noch zichzelven insnijden, noch kaal maken om hunnentwil.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Zodat groten en kleinen in dit land zullen sterven, zij zullen niet begraven worden; en men zal hen niet beklagen, noch zichzelven insnijden, noch kaal maken om hunnentwil.