Jeremiah 32:31 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Sinds de dag dat ze deze stad hebben gebouwd, hebben de bewoners Mij kwaad gemaakt. Nu doe Ik haar uit mijn ogen weg.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Want deze stad is Mij tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid geweest, vanaf de dag dat zij haar gebouwd hebben tot op deze dag, zodat Ik haar moet wegdoen van voor Mijn aangezicht,
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Want deze stad heeft mijn toorn en mijn gramschap opgewekt sedert de dag dat men haar bouwde, tot op heden, zodat Ik haar moet wegdoen uit mijn ogen
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Ja, van de dag, dat deze stad werd gebouwd, tot heden toe, heeft zij mijn toorn en gramschap geprikkeld, zodat Ik ze verwerpen moet uit mijn aanschijn,
Dutch 2007 (HTB)
Vanaf de tijd dat deze stad werd gebouwd tot nu toe heeft zij niets anders gedaan dan mijn toorn opwekken; daarom ben Ik vastbesloten haar voor mijn ogen weg te vagen.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Deze stad heeft sinds de dag dat zij werd gebouwd tot op de dag van vandaag aldoor mijn toorn opgewekt. Daarom doe Ik haar nu uit mijn ogen weg,
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
‘Want deze stad is voor Mij een bron van toorn en van ergernis geweest vanaf de dag dat zij haar gebouwd hebben tot op deze dag toe, zodat Ik haar van voor mijn aangezicht moet wegdoen
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Vanaf de tijd dat deze stad werd gebouwd tot nu toe heeft zij niets anders gedaan dan mijn toorn opwekken, daarom ben Ik vastbesloten haar voor mijn ogen weg te vagen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Want tot Mijn toorn en tot Mijn grimmigheid is Mij deze stad geweest, van den dag af, dat zij haar gebouwd hebben, tot op dezen dag toe; opdat Ik haar van Mijn aangezicht wegdeed;