Jeremiah 34:9 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen ik koning Zedekia deze boodschap had gegeven, gaf de koning bevel aan de mensen in Jeruzalem dat ze allemaal hun Israëlitische slaven of slavinnen moesten vrijlaten. Ze mochten niet langer jongens en meisjes van hun eigen volk als slaaf hebben.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
zodat ieder zijn slaaf, en ieder zijn slavin, die een Hebreeër of Hebreeuwse was, vrij liet weggaan, zodat niemand bij hen meer als slaaf bij een Judeeër, zijn broeder, zou dienen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
zodat ieder zijn slaaf of slavin, een Hebreeër of een Hebreeuwse, vrij zou laten gaan, opdat niemand een Judeeër, zijn broeder, in slavernij zou houden.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Iedereen zou zijn hebreeuwse slaaf en slavin de vrijheid schenken, en geen joodsen broeder meer in slavendienst houden.
Dutch 2007 (HTB)
Want koning Zedekia had iedereen bevolen zijn Hebreeuwse slaven vrij te laten, zowel mannen als vrouwen. De ene Jood mocht niet de meester zijn van een andere Jood, omdat zij allemaal broeders waren.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
dat iedereen die Hebreeuwse slaven en slavinnen had, deze moest vrijlaten, zodat niemand nog een Judeeër, een volksgenoot, als slaaf in dienst zou hebben.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
dat ieder zijn slaaf en ieder zijn slavin, die een Hebreeër of een Hebreeuwse was, vrij zou laten weggaan, zodat niemand van hen meer slaaf zou zijn bij een Judeeër, bij zijn broeder.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Want koning Zedekia had iedereen bevolen zijn Hebreeuwse slaven vrij te laten, zowel mannen als vrouwen. De ene Judeeër mocht niet de meester zijn van een andere Judeeër, omdat zij allemaal tot hetzelfde volk behoren.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Dat een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, zijnde een Hebreeër of een Hebreeïnne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broeder, zou doen dienen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Dat een iegelijk zijn knecht, en een iegelijk zijn maagd, zijnde een Hebreer of een Hebreinne, zou laten vrijgaan; zodat niemand zich van hen, van een Jood, zijn broeder, zou doen dienen.