Jeremiah 38:14 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen liet koning Zedekia mij bij zich brengen bij de derde ingang van de tempel van de Heer. De koning zei tegen mij: "Ik wil je iets vragen, en je moet me eerlijk antwoord geven."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Daarop stuurde koning Zedekia boden en liet de profeet Jeremia bij zich halen bij de derde ingang die aan het huis van de HEERE is. De koning zei tegen Jeremia: Ik wil u iets vragen; u mag niets voor mij verbergen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen liet koning Sedekia de profeet Jeremia bij zich brengen bij de derde ingang, die zich aan het huis des HEREN bevindt; en de koning zeide tot Jeremia: Ik wil u iets vragen, verberg mij niets.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Eens liet koning Sedekias den profeet Jeremias bij zich ontbieden aan de derde ingang van Jahweh’s huis. Daar sprak de koning tot Jeremias: Ik wilde u wat vragen; verberg mij dus niets.
Dutch 2007 (HTB)
Op een dag liet koning Zedekia Jeremia halen om hem bij de zij-ingang van de tempel te ontmoeten. "Ik wil u iets vragen", zei de koning, "en probeer niet de waarheid voor mij te verbergen."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen liet koning Zedekia de profeet Jeremia halen en naar de derde ingang van het huis van de Heer*** brengen. Daar zei de koning tegen Jeremia: "Ik wil je om een woord [van de Heer***] vragen. Verberg niets voor mij."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen zond koning Zedekia weer boden uit en liet de profeet Jeremia bij zich brengen bij de derde ingang tot het Huis van de HEERE. De koning zei tegen Jeremia: “Ik ga je iets vragen, houd niets voor mij achter.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Op een dag liet koning Zedekia Jeremia halen om hem bij de zij-ingang van de tempel te ontmoeten. ‘Ik wil u iets vragen,’ zei de koning, ‘en probeer niet de waarheid voor mij te verbergen.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Toen zond de koning Zedekía henen, en liet den profeet Jeremía tot zich halen, in den derden ingang, die aan des HEEREN huis was; en de koning zeide tot Jeremía: Ik zal u een ding vragen, verheel geen ding voor mij.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Toen zond de koning Zedekia henen, en liet den profeet Jeremia tot zich halen, in den derden ingang, die aan des HEEREN huis was; en de koning zeide tot Jeremia: Ik zal u een ding vragen, verheel geen ding voor mij.