Jeremiah 42:10 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De Heer zegt: Als jullie in dit land blijven, zal Ik jullie opbouwen, en niet afbreken. Ik zal jullie daar planten, en niet uitrukken. Want Ik heb mijn plannen veranderd en zal jullie geen kwaad meer doen.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Als u in dit land blijft wonen, zal Ik u bouwen en niet afbreken, en u planten en niet wegrukken, want Ik heb berouw over het onheil dat Ik u heb aangedaan.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Indien gij rustig in dit land blijft, dan zal Ik u bouwen en niet afbreken, u planten en niet uitrukken, want Ik heb berouw over het kwaad dat Ik u heb aangedaan.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Als ge rustig in dit land blijft wonen, dan bouw Ik u op, en breek u niet af, dan plant Ik u neer, en ruk u niet uit, want Ik heb spijt van het onheil, dat Ik u heb berokkend.
Dutch 2007 (HTB)
Blijf in dit land. Als u dat doet, zal Ik u zegenen en u niets in de weg leggen. Want Ik ben van gedachten veranderd over de vele straffen die Ik u moest geven.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Als jullie in dit land blijven wonen, zal Ik jullie opbouwen, niet afbreken; Ik zal jullie daar planten, niet uittrekken, want Ik betreur het dat Ik jullie zoveel kwaad heb aangedaan.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
‘Als jullie in dit land blijven wonen, dan zal Ik jullie opbouwen en niet afbreken, jullie planten en niet uitrukken, want Ik heb berouw over het kwaad dat Ik jullie heb aangedaan.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
“Blijf in dit land. Als u dat doet, zal Ik u zegenen en u niets in de weg leggen. Want Ik ben van gedachten veranderd over de vele straffen die Ik u moest geven.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Indien gijlieden in dit land zult blijven wonen, zo zal Ik u bouwen en niet afbreken, en u planten en niet uitrukken; want Ik heb berouw over het kwaad, dat Ik u aangedaan heb.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Indien gijlieden in dit land zult blijven wonen, zo zal Ik u bouwen en niet afbreken, en u planten en niet uitrukken; want Ik heb berouw over het kwaad, dat Ik u aangedaan heb.