Jeremiah 43:2 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zeiden Azarja, Johanan en die andere trotse aanvoerders tegen mij: "Je liegt! Onze Heer God heeft niet tegen je gezegd dat we niet naar Egypte moeten gaan.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
dat Azaria, de zoon van Hosaja, en Johanan, de zoon van Kareah, en al die hoogmoedige mannen, tegen Jeremia zeiden: U spreekt leugens! De HEERE, onze God, heeft u niet gezonden om te zeggen: U mag Egypte niet binnengaan om daar als vreemdeling te verblijven.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
zeiden Azarja, de zoon van Hosaäja, en Jochanan, de zoon van Kareach, en al die drieste mannen tot Jeremia: Gij spreekt leugens! De HERE, onze God, heeft u niet gezonden met de boodschap: Gaat niet naar Egypte om daar te verblijven.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
riepen Azarja de zoon van Hosjaäja, Jochanan de zoon van Karéach, en al die koppige lieden Jeremias toe: Gij liegt! Jahweh, onze God, heeft u niet gezonden, en niet gezegd: Ge moogt niet in Egypte gaan wonen!
Dutch 2007 (HTB)
zeiden Azarja, de zoon van Hosaja, Johanan, de zoon van Karéah, en de andere brutale mannen tegen Jeremia: "U liegt! De HERE, onze God, heeft u helemaal niet opgedragen ons te zeggen dat wij niet naar Egypte mogen gaan! Baruch, de zoon van Neria, heeft u dat in het oor gefluisterd, zodat wij hier blijven en de Babyloniërs ons kunnen doden of als slaven kunnen wegvoeren naar Babel."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
zeiden Azarja, de zoon van Hosaja, Johanan, de zoon van Kerea, en alle andere aanvoerders hoogmoedig tegen hem: "Je liegt! Onze Heer*** God heeft jou niet opgedragen ons te zeggen: 'Jullie mogen niet naar Egypte gaan om daar als vreemdelingen te wonen.'
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
sprak Azarja, de zoon van Hosaja, en ook Johanan, de zoon van Kareah, en al die trotse mannen, en zij zeiden tegen Jeremia: “Jij spreekt leugens. De HEERE, onze GOD, heeft je niet gezonden om te zeggen: ‘Jullie mogen niet naar Egypte gaan om daar als vreemdelingen te verblijven!’
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
zeiden Azarja, de zoon van Hosaja, Johanan, de zoon van Karéah, en de anderen brutaalweg tegen Jeremia: ‘U liegt! De Here, onze God, heeft u helemaal niet opgedragen ons te zeggen dat wij niet naar Egypte mogen gaan! Baruch, de zoon van Neria, heeft u dat in het oor gefluisterd, zodat wij hier blijven en de Babyloniërs ons kunnen doden of als slaven kunnen wegvoeren naar Babel.’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Zo sprak Azaría, de zoon van Hosája, en Jóhanan, de zoon van Karéah, en al de trotse mannen, zeggende tot Jeremía: Gij spreekt leugen; de HEERE, onze God, heeft u niet gezonden, om te zeggen: Gijlieden zult niet gaan in Egypte, om aldaar als vreemdelingen te verkeren.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Zo sprak Azaria, de zoon van Hosaja, en Johanan, de zoon van Kareah, en al de trotse mannen, zeggende tot Jeremia: Gij spreekt leugen; de HEERE, onze God, heeft u niet gezonden, om te zeggen: Gijlieden zult niet gaan in Egypte, om aldaar als vreemdelingen te verkeren.