Job 1:12 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen zei de Heer tegen de duivel: "Goed. Met alles wat Job heeft, mag je doen wat je wil. Maar Job zelf mag je niets aandoen." Toen ging de duivel bij de Heer weg.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
De HEERE zei tegen de satan: Zie, alles wat hij heeft, is in uw hand; alleen naar hemzelf mag u uw hand niet uitsteken. En de satan ging weg van het aangezicht van de HEERE.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En de HERE zeide tot de satan: Zie, al wat hij bezit, zij in uw macht; alleen tegen hemzelf zult gij uw hand niet uitstrekken. Toen ging de satan van des HEREN aangezicht heen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Daarop sprak Jahweh tot satan: Ge moogt doen wat ge wilt met heel zijn bezit; maar hemzelf raakt ge met de hand niet aan! Zo ging satan van Jahweh heen.
Dutch 2007 (HTB)
De HERE ging op die uitdaging in en zei tegen satan: "U mag met zijn rijkdom doen wat u wilt, maar denk eraan, raak hem met geen vinger aan." Satan ging weg en niet lang daarna, terwijl Jobs zonen en dochters met elkaar de maaltijd gebruikten in het huis van hun oudste broer, sloeg het onheil toe.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Daarop zei de Heer*** tegen de satan: "Zie, Ik geef al zijn bezit in je macht, maar Job zelf mag je niets doen." En de satan ging bij de Heer*** weg.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Toen zei de HEERE tegen de satan: “Zie, alles wat hij heeft, is in je hand. Alleen strek je hand niet tegen hem zelf uit!” Daarop ging de satan weg van het aangezicht van de HEERE.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
De Here ging op die uitdaging in en zei tegen Satan: ‘U mag met zijn rijkdom doen wat u wilt, maar denk eraan, raak hem met geen vinger aan.’ Satan ging weg en niet lang daarna, terwijl Jobs zonen en dochters met elkaar de maaltijd gebruikten in het huis van hun oudste broer, sloeg het onheil toe.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En de HEERE zeide tot den satan: Zie, al wat hij heeft, zij in uw hand; alleen aan hem strek uw hand niet uit. En de satan ging uit van het aangezicht des HEEREN.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En de HEERE zeide tot den satan: Zie, al wat hij heeft, zij in uw hand; alleen aan hem strek uw hand niet uit. En de satan ging uit van het aangezicht des HEEREN.