Job 2:12 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen ze aankwamen, herkenden ze hem eerst niet. Ze jammerden luid over zijn ellende. Ze scheurden hun kleren en strooiden stof op hun hoofd [als teken van verdriet].
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Toen zij hun ogen van veraf opsloegen, herkenden zij hem niet. Zij begonnen luid te huilen; daarbij scheurde ieder zijn bovenkleed en ze strooiden stof naar de hemel over hun hoofden.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Toen zij van verre hun ogen ophieven, herkenden zij hem niet. Zij verhieven hun stem en weenden, scheurden hun mantels en strooiden stof op hun hoofd, hemelwaarts.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar toen zij op enige afstand de ogen opsloegen, kenden ze hem niet meer terug. Nu begonnen ze hardop te wenen, scheurden hun kleren en strooiden zich as op het hoofd.
Dutch 2007 (HTB)
Job was zo veranderd dat zij hem van een afstand nauwelijks herkenden. Luid huilend scheurden zij hun kleren en gooiden stof in de lucht om hun verslagenheid kenbaar te maken.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen ze hem uit de verte zagen, herkenden ze hem eerst niet. Luid jammerend scheurden ze hun kleren en wierpen stof op naar de hemel en over hun hoofd.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Van veraf sloegen zij hun ogen op, maar zij herkenden hem niet. Zij begonnen luid te huilen. Ieder van hen scheurde zijn bovenkleed en zij strooiden stof over hun hoofden uit naar de hemel.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Job was zo veranderd dat zij hem van een afstand nauwelijks herkenden. Luid huilend scheurden zij hun kleren en gooiden stof in de lucht om hun verslagenheid kenbaar te maken.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, en hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een ieder zijn mantel, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En toen zij hun ogen van verre ophieven, kenden zij hem niet, en hieven hun stem op, en weenden; daartoe scheurden zij een ieder zijn mantel, en strooiden stof op hun hoofden naar den hemel.