John 1:48 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen Jezus Natanaël zag komen, zei Hij tegen hem: "Kijk, dit is nou een echte Israëliet: een werkelijk eerlijk en oprecht man."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Jezus zag Nathanaël naar Zich toe komen en zei over hem: Zie, werkelijk een Israëliet in wie geen bedrog is.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Jezus zag Natanaël tot Zich komen en zeide van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in wie geen bedrog is!
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Natánaël zeide Hem: Hoe kent Gij mij? Jesus gaf hem ten antwoord: Voordat Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgeboom.
Dutch 2007 (HTB)
Toen Jezus Nathanaël zag aankomen, zei Hij: "Kijk, een eerlijke, oprechte man, een echte Israëliet!"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jezus zag Natanaël aankomen en zei over hem: "Kijk, daar heb je nu een ware Israëliet, een eerlijk en oprecht man."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Natanaël zei tegen Hem: “Vanwaar kent U mij?” Jezus zei tegen hem: “Voordat Filippus je riep, zag Ik je onder de vijgenboom!”
Dutch Frisian
Natanael säd too am: Wuahäa tjannst dü mie? Jesus auntwuad en säd too am: Eea Filip die roopt, aus dü unja dän Fiejeboom weascht sach etj die.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Natanaël vroeg Hem: “Hoe kent U mij?” Jezus antwoordde: “Ik had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Kent U mij dan?’ vroeg Natanaël verbaasd. Jezus antwoordde: ‘Voordat Filippus je vroeg mee te gaan, zag Ik je al onder de vijgeboom zitten.’
Dutch Reimer 2001
Natanael saed to am: "Fonn wua kjanst du mie?" Jesus saed to am: "Eeha Filip die roopt, sach ekj die es du unja daen Fiejeboom weascht."
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Jezus zag Nathánaël tot Zich komen, en zeide van hem: Zie, waarlijk een Israëliet, in welken geen bedrog is.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Jezus zag Nathanael tot Zich komen, en zeide tot hem: Zie, waarlijk een Israeliet, in welken geen bedrog is.