John 13:26 — Compare Translations

13 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jezus antwoordde: "Ik bedoel de man aan wie Ik dit stuk brood geef nadat Ik het ingedoopt heb." Hij doopte een stuk brood in [de saus] en gaf het aan Judas Iskariot, de zoon van Simon.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Jezus antwoordde: Die is het aan wie Ik het stuk brood zal geven, nadat Ik het ingedoopt heb. En toen Hij het stuk brood ingedoopt had, gaf Hij het aan Judas Iskariot, de zoon van Simon.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Jezus dan antwoordde: Die is het, voor wie Ik het stuk brood indoop en wie Ik het geef. Hij doopte dan [het] stuk brood in en nam het en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Jesus antwoordde: Hij is het, voor wien Ik het stuk brood zal indopen, en wien Ik het toereik. Toen nam Hij een stuk brood, doopte het in, en gaf het aan Judas, den zoon van Simon Iskáriot.
Dutch 2007 (HTB)
Jezus antwoordde: "Ik zal een stuk brood indopen en dat geven aan degene die het is." Hij nam een stuk brood, doopte het in de saus en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jezus antwoordde: "Het is degene aan wie Ik dit stuk brood geef nadat Ik het heb ingedoopt." Hij doopte een stuk brood in en gaf het aan Judas Iskariot, de zoon van Simon.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Jezus antwoordde en zei: “Het is degene voor wie Ik het stuk brood zal indopen en wie ik het ook geven zal!” Toen Hij het stuk brood had ingedoopt, gaf Hij het aan Judas, de zoon van Simeon Iskariot.
Dutch Frisian
Jesus auntwuad: Jana esset, däm etj een Biet, wann etj daut ennjedukt ha, jäwe woa. En aus hee daut Biet ennjedukt haud, jeef hee daut däm Judas, Siemoon sienen Sän, däm Iescharijot.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Jezus antwoordde: “Ik zal een stuk brood in de schaal dopen en de persoon aan wie Ik het geef, die is het.” Daarop doopte Jezus een stuk brood in de schotel en gaf het aan Judas, zoon van Simon Iskariot.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Jezus antwoordde: ‘Ik zal een stuk brood indopen en dat geven aan degene die het is.’ Hij nam een stuk brood, doopte het in de saus en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot.
Dutch Reimer 2001
Donn auntwuad Jesus: "Daut es dee, daem ekj en ennjeducktet Biet woa jaewe." En hee duckt en Biet enn, en jeef Siemoon sien saen Judas Ieschariot daut.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Jezus antwoordde: Deze is het, dien Ik de bete, als Ik ze ingedoopt heb, geven zal. En als Hij de bete ingedoopt had, gaf Hij ze Judas, Simons zoon, Iskáriot.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Jezus antwoordde: Deze is het, dien Ik de bete, als Ik ze ingedoopt heb, geven zal. En als Hij de bete ingedoopt had, gaf Hij ze Judas, Simons zoon, Iskariot.