John 20:29 — Compare Translations
13 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jezus zei tegen hem: "Geloof je pas nu je Mij hebt gezien? Wat is het heerlijk als mensen die Mij niet gezien hebben toch geloven!"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Jezus zei tegen hem: Omdat u Mij gezien hebt, Thomas, hebt u geloofd; zalig zijn zij die niet gezien zullen hebben en toch zullen geloven.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Jesus sprak tot hem: Gelooft ge, omdat ge Mij hebt gezien? Zalig zij, die niet zien, en toch geloven.
Dutch 2007 (HTB)
"Geloof je het nu, omdat je Mij ziet?" zei Jezus. "Gelukkig zijn de mensen, die in Mij geloven zonder Mij gezien te hebben."
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jezus zei tegen hem: "Omdat je Mij gezien hebt, Tomas, geloof je. Gezegend zijn zij die niet hebben gezien en toch geloven!"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Jezus zei tegen hem: “Nu je Mij gezien hebt, Thomas, geloof je! Gelukkig zijn zij die Mij niet gezien hebben en toch geloven.”
Dutch Frisian
Jesus säd too am: Wiel dü mie jeseehne hast, hast dü jejleewt. Seelijch send, dee nijch jeseehne, en doch jleewe.
Dutch GBVNT (Gods Boek - het Nieuwe Testament)
Jezus vervolgde: “Je gelooft omdat je Mij hebt gezien? Gezegend zijn zij die geloven zonder te hebben gezien.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
‘Geloof je het nu, omdat je Mij ziet?’ zei Jezus. ‘Gelukkig zijn de mensen die in Mij geloven zonder Mij gezien te hebben.’
Dutch Reimer 2001
Jesus saed to am: "Jleefst du wiel du jeseene hast? Seelich sent dee, dee nich seene, en doch jleewe."
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben.