Jonah 1:6 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De kapitein van het schip ging naar hem toe en zei: "Kom, slaapkop! Sta liever op en bid tot je God. Misschien zal jouw God ons willen redden, zodat we niet vergaan."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
De kapitein kwam bij hem en zei tegen hem: Hoe kunt u zo diep in slaap zijn! Sta op, roep uw God aan! Misschien zal die God aan ons denken, zodat wij niet vergaan!
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En de gezagvoerder kwam bij hem en zeide tot hem: Hoe kunt gij zó vast slapen! Sta op, roep tot uw god, misschien zal die god onzer gedenken, zodat wij niet vergaan.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
De kapitein ging naar hem toe, en zei hem: Hoe kunt ge nog slapen! Sta op, roep uw God aan; misschien ontfermt zich God over ons, en vergaan we niet.
Dutch 2007 (HTB)
De kapitein van het schip kwam naar beneden, wekte hem en zei: "Ligt u op een moment als dit te slapen? Vooruit, sta op. Roep uw god te hulp. Misschien zal hij genadig zijn en ons leven redden!"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De kapitein van het schip ging naar hem toe en zei: "Wat lig je daar te slapen? Sta op en roep tot je God, misschien zal die God aandacht aan ons schenken, zodat we niet vergaan."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De kapitein kwam bij hem en zei tegen hem: “Wat doe je, wat lig je daar te slapen? Sta op, roep jouw GOD aan. Misschien zal die GOD aan ons denken, zodat wij niet vergaan.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
De kapitein van het schip kwam naar beneden, wekte hem en zei: ‘Ligt u op een moment als dit te slapen? Vooruit, sta op. Roep uw god te hulp. Misschien zal hij genadig zijn en ons leven redden!’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En de opperschipper naderde tot hem, en zeide tot hem: Wat is u, gij hardslapende? Sta op, roep tot uw God, misschien zal die God aan ons gedenken, dat wij niet vergaan.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En de opperschipper naderde tot hem, en zeide tot hem: Wat is u, gij hardslapende? Sta op, roep tot uw God, misschien zal die God aan ons gedenken, dat wij niet vergaan.