Joshua 22:11 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De andere stammen hoorden hiervan. Er werd gezegd: "De stammen van Ruben en Gad en de [andere] helft van de stam Manasse hebben een altaar gebouwd. Het staat aan de grens van het land Kanaän, bij de grensstenen, aan deze kant van de Jordaan."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Daarna hoorden de Israëlieten zeggen: Zie, de nakomelingen van Ruben, de nakomelingen van Gad en de halve stam Manasse hebben een altaar gebouwd, tegenover het land Kanaän, in het gebied van de Jordaan, aan de zijde van de Israëlieten.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En de Israëlieten hoorden zeggen: Zie, de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse hebben een altaar gebouwd, gericht naar het land Kanaän, bij de steenkringen aan de Jordaan, aan de kant van de Israëlieten.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
De Israëlieten hoorden ervan; want men vertelde: De Rubenieten, Gadieten en de halve stam van Manasse hebben bij de grens van het land Kanaän, bij de steenhopen aan de Jordaan, aan de kant der Israëlieten, een altaar gebouwd.
Dutch 2007 (HTB)
Maar toen de overige Israëlieten hoorden wat zij hadden gedaan,
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De Israëlieten hoorden het bericht rondgaan: "De stammen Ruben en Gad en de halve stam Manasse hebben aan de grens van het land Kanaän langs de Jordaan een altaar gebouwd, aan de kant van de Israëlieten."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
En de zonen van Israël hoorden dat men zei: “Zie, de zonen van Ruben en de zonen van Gad en de halve stam Manasse hebben een altaar gebouwd tegenover het land Kanaän, in de Jordaanstreek, tegenover de zonen van Israël.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Maar toen de overige Israëlieten hoorden wat zij hadden gedaan,
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
En de kinderen Israëls hoorden zeggen: Ziet, de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse hebben een altaar gebouwd, tegenover het land Kanaän, aan de grenzen van de Jordaan, aan de zijde der kinderen Israëls.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
En de kinderen Israels hoorden zeggen: Ziet, de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse hebben een altaar gebouwd, tegenover het land Kanaan, aan de grenzen van de Jordaan, aan de zijde der kinderen Israels.