Joshua 22:25 — Compare Translations
8 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De Heer heeft immers de Jordaan als grens aangewezen tussen jullie en ons. Jullie horen niet bij de Heer.' Zo zouden jullie kinderen het onze kinderen onmogelijk maken om de Heer nog te aanbidden.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
De HEERE heeft immers de Jordaan als grens gesteld tussen ons en u, nakomelingen van Ruben en nakomelingen van Gad. U hebt geen deel aan de HEERE. Zo zouden uw kinderen onze kinderen doen ophouden de HEERE te vrezen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
De HERE heeft immers tussen ons en u, Rubenieten en Gadieten, de Jordaan als grens gesteld, gij hebt geen deel aan de HERE. Zo zouden uw kinderen onze kinderen doen ophouden de HERE te vrezen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Jahweh heeft toch tussen ons en de kinderen van Ruben en Gad de Jordaan als grens gesteld? Ge hebt dus geen deel aan Jahweh!" En zo zouden uw kinderen oorzaak zijn, dat de onze Jahweh niet meer vreesden.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De Heer*** heeft immers de Jordaan als grens gesteld tussen jullie en ons? Jullie, de stammen Ruben en Gad, horen niet bij de Heer***.' En dan zouden jullie kinderen er de oorzaak van zijn dat onze kinderen niet langer ontzag voor de Heer*** zouden hebben.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De HEERE heeft immers de Jordaan tot grens tussen ons en jullie gesteld. Jullie, zonen van Ruben en jullie, zonen van Gad, jullie hebben geen deel aan de HEERE!’ Dan zouden jullie zonen onze zonen ervan afhouden om de HEERE te vrezen.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
De HEERE heeft immers de Jordaan tot landpale gezet tussen ons en tussen ulieden, gij, kinderen van Ruben, en gij, kinderen van Gad! gij hebt geen deel aan den HEERE. Zo mochten uw kinderen onze kinderen doen ophouden, dat zij den HEERE niet vreesden.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
De HEERE heeft immers de Jordaan tot landpale gezet tussen ulieden, gij, kinderen van Ruben, en gij, kinderen van Gad! gij hebt geen deel aan den HEERE. Zo mochten uw kinderen onze kinderen doen ophouden, dat zij den HEERE niet vreesden.