Joshua 22:33 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Toen waren de Israëlieten gerustgesteld en prezen de Heer. Ze dachten er niet meer over om tegen de stammen van Ruben en Gad te strijden en hun land te verwoesten.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Dat verslag was goed in de ogen van de Israëlieten, en de Israëlieten loofden God en zeiden dat zij niet meer met een leger tegen hen ten strijde zouden trekken om het land waarin de nakomelingen van Ruben en de nakomelingen van Gad woonden, te gronde te richten.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Dit nu was goed in de ogen der Israëlieten, zodat de Israëlieten God loofden en er niet meer aan dachten tegen hen ten strijde te trekken om het land te verwoesten, waarin de Rubenieten en de Gadieten woonden.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
En de Israëlieten waren tevreden gesteld, en loofden God. Ze dachten er niet meer aan, om tegen hen ten strijde te trekken, en het land te verwoesten, waar de Rubenieten en Gadieten woonden.
Dutch 2007 (HTB)
Heel Israël was blij en prees God. Van oorlog tegen Ruben en Gad was geen sprake meer.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Toen keurden de Israëlieten het goed en ze prezen de Heer***. Ze zagen af van het plan tegen de stammen Ruben en Gad ten strijde te trekken om het land waar ze woonden te verwoesten.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De zaak was goed in de ogen van de zonen van Israël en de zonen van Israël loofden GOD en zeiden toe niet meer met een leger tegen hen te zullen optrekken om het land, waarin de zonen van Ruben en de zonen van Gad woonden, te verdelgen.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Heel Israël was blij en prees God. Van oorlog tegen Ruben en Gad was geen sprake meer.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Het antwoord nu was goed in de ogen van de kinderen Israëls, en de kinderen Israëls loofden God, en zeiden niet meer van tegen hen op te trekken met een heir, om het land te verderven, waarin de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad woonden.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Het antwoord nu was goed in de ogen van de kinderen Israels, en de kinderen Israels loofden God, en zeiden niet meer van tegen hen op te trekken met een heir, om het land te verderven, waarin de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad woonden.