Joshua 6:10 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jozua had het volk bevolen: "Jullie mogen niet juichen en zelfs niet praten. Jullie mogen geen woord zeggen tot op de dag dat ik zeg: 'Juich!' Dán moeten jullie juichen."
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Jozua had het volk echter geboden: U mag niet juichen, u mag uw stem niet laten horen en geen woord mag er uit uw mond gaan, tot op de dag dat ik tegen u zeg: Juich! Dan moet u juichen.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Jozua nu had het volk bevolen: Gij zult niet juichen en uw stem niet laten horen, ja, laat er geen woord uit uw mond uitgaan tot op de dag, dat ik u zeg: Juicht! – dan moet gij juichen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Maar Josuë beval het volk eveneens: Schreeuwt niet, en laat uw stem zelfs niet horen; geen woord mag er over uw lippen komen tot de dag. waarop ik u zeg: Schreeuwt; en dan moet ge schreeuwen.
Dutch 2007 (HTB)
Jozua beval het volk: "Er moet volledige stilte in acht worden genomen. Laat niemand zijn mond opendoen tot ik u zeg dat u moet juichen; juich dan!"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jozua had het volk bevolen: "Jullie mogen niet juichen en zelfs je stem niet laten horen. Jullie mogen geen woord zeggen tot op de dag dat ik zeg: 'Juich!' Dán moeten jullie juichen."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Jozua had het volk geboden en gezegd: “Jullie mogen geen krijgsgeschreeuw aanheffen, jullie stem mag niet gehoord worden en geen woord mag uit jullie mond komen tot op de dag dat ik tegen jullie zeg: ‘Hef de strijdkreet aan!’ Dan zullen jullie in krijgsgeschreeuw uitbarsten.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Jozua beval het volk: ‘Er moet volledige stilte in acht worden genomen. Laat niemand zijn mond opendoen tot ik u zeg dat u moet juichen, juich dan!’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Jozua nu had het volk geboden, zeggende: Gij zult niet juichen, ja, gij zult uw stem niet laten horen, en geen woord zal er uit uw mond uitgaan, tot op den dag, wanneer ik tot ulieden zeggen zal: Juicht! dan zult gij juichen.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Jozua nu had het volk geboden, zeggende: Gij zult niet juichen, ja, gij zult uw stem niet laten horen, en geen woord zal er uit uw mond uitgaan, tot op den dag, wanneer ik tot ulieden zeggen zal: Juicht! dan zult gij juichen.