Joshua 9:21 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Jullie mogen hen dus niet doden." En de leiders besloten dat de bewoners van Gibeon voortaan houthakkers en waterdragers voor de Israëlieten zouden zijn.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Verder zeiden de leiders tegen hen: Laat hen leven, maar laat hen dan houthakkers en waterputters worden voor heel de gemeenschap, zoals de leiders tegen hen gezegd hebben.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
En de hoofden zeiden tot hen: Laat hen in leven blijven. En zij werden houthakkers en waterputters voor de gehele vergadering, zoals de hoofden te hunnen opzichte bepaald hadden.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Daarom bepaalden de overheden te hunnen opzichte, dat ze gespaard zouden blijven, maar dat ze volgens het voorschrift der overheden hout moesten hakken en water putten voor het hele volk.
Dutch 2007 (HTB)
En zij vervolgden: "Wij zullen hen in leven laten, maar zij moeten onze gehele gemeenschap dienen als houthakkers en waterputters." Zo werd de gedane belofte gehouden.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
En de leiders besloten: "Jullie moeten hen in leven laten. We hebben hun gezegd dat ze voortaan de houthakkers en waterdragers voor de hele gemeenschap zullen zijn."
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De oversten zeiden ook tegen hen: “Zij zullen in leven blijven en houthakkers en waterputters voor heel de gemeente worden, zoals de oversten tegen hen gezegd hebben.”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
En zij vervolgden: ‘Wij zullen hen in leven laten, maar zij moeten onze gehele gemeenschap dienen als houthakkers en waterputters.’ Zo werd de gedane belofte gehouden.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Verder zeiden de oversten tot hen: Laat hen leven, en laat ze houthouwers en waterputters zijn der ganse vergadering, gelijk de oversten tot hen gezegd hebben.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Verder zeiden de oversten tot hen: Laat hen leven, en laat ze houthouwers en waterputters zijn der ganse vergadering, gelijk de oversten tot hen gezegd hebben.