Joshua 9:8 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Ze zeiden tegen Jozua: "Jullie mogen ons alles vragen." Toen vroeg Jozua hun: "Wie zijn jullie en waar komen jullie vandaan?"
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
Zij zeiden tegen Jozua: Wij zijn uw dienaren. Toen zei Jozua tegen hen: Wie bent u en waar komt u vandaan?
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Zij zeiden tot Jozua: Wij zijn uw knechten. Toen vroeg Jozua hun: Wie zijt gij en vanwaar komt gij?
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Toen zeiden ze tot Josuë: We zijn uw dienstknechten. Maar Josuë vroeg hun: Wie zijt ge, en waar komt ge vandaan?
Dutch 2007 (HTB)
Daarop antwoordden zij: "Wij zullen uw bedienden zijn." "Maar wie bent u?" wilde Jozua weten. "Waar komt u vandaan?"
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Ze zeiden tegen Jozua: "We willen ons aan u onderwerpen." Toen vroeg Jozua hun: "Wie zijn jullie en waar komen jullie vandaan?"
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Zij zeiden tegen Jozua: “Wij zijn uw dienaren.” Toen zei Jozua tegen hen: “Wie zijn jullie en waar komen jullie vandaan?”
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Daarop antwoordden zij: ‘Wij zullen uw bedienden zijn.’ ‘Maar wie bent u?’ wilde Jozua weten. ‘Waar komt u vandaan?’
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Zij dan zeiden tot Jozua: Wij zijn uw knechten. Toen zeide Jozua tot hen: Wie zijt gijlieden, en van waar komt gij?
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Zij dan zeiden tot Jozua: Wij zijn uw knechten. Toen zeide Jozua tot hen: Wie zijt gijlieden, en van waar komt gij?