Judges 1:16 — Compare Translations
10 translations compared side by side
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
De mannen uit de familie van Mozes' vrouw gingen met het leger van de Judeeërs mee. Ze gingen van de Palmstad [(= Jericho)] naar de woestijn van Juda. Die woestijn ligt in het Zuiderland bij Harad. Ze gingen er wonen bij het volk dat daar al leefde.
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En de nakomelingen van de Keniet, de schoonvader van Mozes, trokken met de Judeeërs op vanuit de Palmstad naar de woestijn van Juda, die in het Zuiderland van Harad ligt. Zij gingen erheen en woonden onder het volk.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
De zonen van de Keniet, de schoonvader van Mozes, trokken met de Judeeërs van de Palmstad op naar de woestijn van Juda, welke ligt in het Zuiderland bij Arad; zij gingen er onder de bevolking wonen.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Tezamen met de Judeërs trokken ook de nakomelingen van Chobab, den Keniet, Moses schoonvader, uit de Palmenstad naar de woestijn van Juda, waar men afdaalt naar Arad, en vestigden zich bij de Amalekieten.
Dutch 2007 (HTB)
De mannen van Juda namen het nieuwe gebied in de woestijn van Juda ten zuiden van de stad Arad in bezit. Zij werden vergezeld door de nakomelingen van Mozes' schoonvader, leden van de stam van de Kenieten. Deze verlieten hun woonplaats Jericho ('De Stad van de Palmbomen') en vanaf die tijd woonden de twee stammen bij elkaar.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
De Kenieten, afstammelingen van Mozes' schoonvader, trokken met de Judeeërs uit de Palmstad naar de woestijn van Juda die in het Zuiderland bij Arad ligt. Ze vestigden zich bij het volk dat daar leefde.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
De zonen van de Keniet, de zwager van Mozes, trokken met de zonen van Juda uit de Palmstad op naar de woestijn van Juda, die in het Zuiderland bij Harad ligt. Zij gingen daar wonen bij het volk.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
De mannen van Juda namen het nieuwe gebied in de woestijn van Juda ten zuiden van de stad Arad in bezit. Zij werden vergezeld door de nakomelingen van Mozesʼ schoonvader, leden van de stam van de Kenieten. Deze verlieten hun woonplaats Jericho—‘De Stad van de Palmbomen’—en vanaf die tijd woonden de twee stammen bij elkaar.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
De kinderen van den Keniet, den schoonvader van Mozes, togen ook uit de Palmstad op, met de kinderen van Juda, naar de woestijn van Juda, die tegen het zuiden van Harad is; en zij gingen heen en woonden met het volk.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
De kinderen van den Keniet, den schoonvader van Mozes, togen ook uit de Palmstad op, met de kinderen van Juda, naar de woestijn van Juda, die tegen het zuiden van Harad is; en zij gingen heen en woonden met het volk.