Judges 1:17 — Compare Translations

10 translations compared side by side

Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
Daarna versloegen de stammen van Juda en Simeon de Kanaänieten die bij Zefat woonden. Ze doodden alle bewoners. Daarom noemden ze die stad Horma [(= 'vernietiging')].
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
En Juda trok met zijn broeder Simeon mee en zij versloegen de Kanaänieten die in Zefath woonden, en sloegen het met de ban. En men gaf de stad de naam Horma.
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
Juda trok op met zijn broeder Simeon en zij versloegen de Kanaänieten, die te Sefat woonden; zij sloegen het met de ban, daarom noemde men die stad Chorma.
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
Daarna trok Juda met zijn broeder Simeon op, en zij versloegen de Kanaänieten, die te Sefat woonden; ze troffen de stad met de banvloek, en men noemde ze Chorma.
Dutch 2007 (HTB)
Daarna versterkte het leger van Juda dat van Simeon en samen versloegen zij de Kanaänieten uit de stad Zefath en brachten alle inwoners om. Daarom wordt de stad nu Horma genoemd; dit betekent 'Slachting'.
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Juda trok met zijn broeder Simeon ten strijde. Ze versloegen de Kanaänieten die in Zefat woonden en doodden er alles en iedereen. Daarom noemden ze die stad Horma.
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
Juda ging met zijn broer Simeon mee en zij versloegen de Kanaäniet en die in Zefat woonden. Zij zonderden hen af en roeiden hen uit en men gaf de stad de naam Horma.
Dutch HTB 2007 (Het Boek)
Daarna versterkte het leger van Juda dat van Simeon en samen versloegen zij de Kanaänieten uit de stad Zefath en brachten alle inwoners om. Daarom wordt de stad nu Chorma genoemd, dit betekent ‘Slachting’.
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
Juda dan toog met zijn broeder Simeon, en zij sloegen de Kanaänieten, wonende te Zefat, en zij verbanden hen; en men noemde den naam dezer stad Horma.
Dutch Statenvertaling (Importantia edition)
Juda dan toog met zijn broeder Simeon, en zij sloegen de Kanaanieten, wonende te Zefat, en zij verbanden hen; en men noemde den naam dezer stad Horma.